comment 0

De planoloog en het publieke belang

Kent de planoloog zijn verleden en afkomst nog? De definitie van ruimtelijke ordening luidt: “Ruimtelijke ordening omvat het zoekproces voor de ruimtelijke inrichting van een veranderende samenleving en het maken van keuzes hoe en waar functies tot hun recht komen, vooral met het oog op lange(re) termijn ontwikkeling, inclusief de reflectie [de planologie] daarop.” (Spit & Zoete, 2009). Het afwegen van belangen is hierbij een belangrijke competentie van de ruimtelijke ordenaar. Ruimtelijke ordenaars – planologen –dragen dus mede zorg voor het publieke belang van een stad.Echter, het zorg dragen van dat publieke belang in nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt steeds moeilijker.

Spanningen

Spanningen in de rol van de planoloog worden gecreëerd door externe druk, de context, waardoor de planoloog gedwongen kan worden tot het maken van keuzes die haaks staan op de waarden en dus de ethiek van de planoloog (zie tevens het blog ‘Ethiek en de planoloog’ van Sander van Lent) (Sager, 2009). De steeds sterkere neo-liberale stroming binnen de economie, het overheidsbeleid (zie de Nota Ruimte (2004) ‘Decentraal wat kan, centraal wat moet’) en de invloed van beide op de ruimtelijke ordening heeft ertoe geleid dat die waarden van planoloog steeds sterker onder komen te staan.

Tweekoppig monster

Zie bijvoorbeeld de vastgoedmarkt, waar gemeenten – de traditionele werkplek van de planoloog – als tweekoppig monster hebben geacteerd en nog acteren. Sterk geprikkeld door grondinkomsten van nieuwbouw in uitleggebieden prevaleren zij het private belang veelal boven het publieke. Weliswaar zijn die grondinkomsten onder andere geïnvesteerd in publieke functies, maar de lange termijneffecten van die nieuwbouw worden nu pijnlijk zichtbaar: gemeenten kampen met grote verliezen op gronden, waardoor de begroting steeds sterker onder druk staat. Fakton schat het verlies tussen 2008 en 2011 op 5,7 miljard euro, gemiddeld 265 euro per inwoner, wat nog oploopt (NU.nl, 2012). Die eerdere investeringen in de publieke functies worden nu tenietgedaan met wellicht een negatief resultaat als gevolg. Omdat er te weinig aandacht is geschonken aan de lange termijn effecten van de nieuwbouw, staat het publieke belang onder spanning.

[quote style=”boxed”]Sterk geprikkeld door grondinkomsten van nieuwbouw in uitleggebieden prevaleren zij het private belang veelal boven het publieke[/quote]

Taak van de planoloog

De planoloog heeft als taak om die effecten aan het licht te brengen en onder aandacht te brengen aan de besluitvormers. Op rationele wijze, zonder mee te gaan met de emotie van de politiek, beleggers en ontwikkelaars over de korte termijn voordelen van de nieuwbouw: de grondinkomsten en het ‘werkgelegenheidsargument’ – het argument dat stelt dat door nieuwbouw werkgelegenheid in de gemeente blijft. Werkgelegenheid blijkt echter vooral te verplaatsen binnen de regio, waardoor in regioverband de werkgelegenheid op peil blijft (Janssen-Jansen, 2010).

De noodzaak voor het zorgdragen van het publieke belang door de planoloog is tevens te zien in huidige trends binnen de ruimtelijke planning. Het liberale principe van ‘spontane orde’ is in de huidige crisis- en transitietijd sterk zichtbaar. Dit principe stelt dat inrichting, beheer en gebruik van ruimte in veel gevallen beter geregeld kan worden door de mensen zelf (Buunk, 2010), wat bijvoorbeeld terugkomt in de steeds dominanter wordende planningsmethodiek van de organische ontwikkelingen, de stapsgewijze herontwikkeling van een pand en/of gebied (PBL & UrhahnUrban Design, 2012).

Voorbij de hype

Gestimuleerd door het gebrek aan financiële middelen door de traditionele partijen, komen trends als collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO), zelfbouw, burgerinitiatieven en stadslandbouw snel op. Zelfbouw wordt zelfs door Minister Blok beschreven als ‘de toekomst’ (Almere Vandaag, 2013). De Amsterdamse wethouder Ruimtelijke Ordening en Grondzaken Van Poelgeest geeft bijvoorbeeld in het Parool (2012) aan dat zelfbouw en CPO ervoor kunnen zorgen dat de nieuwbouwproductie van woningen in de stad weer op gang komt.

Echter, waar vaak aan wordt voorbij gegaan is het publieke belang op lange termijn. De genoemde trends en hypes worden veelal zeer positief bezongen, maar de vraag of deze ontwikkelingen op lange termijn goed zijn voor de samenleving wordt te weinig gesteld. Wie zijn namelijk die burgers die aan tafel met een architect hun woning ontwerpen? Wie kunnen in een CPO een leegstaand pand transformeren tot een woongebouw? Is dat een puur homogene groep waarbij elke etnische groep en opleidingsniveau wordt vertegenwoordigd? Het antwoord laat zich raden: dit is niet het geval.

In zijn prijswinnend essay geeft Buursink (2012) treffend weer dat de grote steden voor een van de grootste ruimtelijke opgaven ooit staan, omdat er als gevolg van de toenemende vraag naar (binnen)stedelijk wonen en werken er steeds minder plek is voor laagopgeleide nieuw­komers en economisch marginale bevolkingsgroepen. Die groepen worden welhaast verdreven naar met name de voormalige wederopbouwwijken, waardoor de segregatie tussen groepen toeneemt. Als gevolg van de eerder genoemde decentralisatiepolitiek en de economische crisis verschuilt de overheid zich achter de bottom-up planning, organische gebiedsontwikkelingen en de daarbij behorende hypes, waardoor de reële kans bestaat dat er een steeds sterkere segregatie plaatsvindt. In plannen waar initiatief voorop staat zal vooral de elite in de stad die de beschikking heeft over een omvangrijk netwerk – en daardoor financiering – deze kansen grijpen. Hier ligt dus volgens Buursink een grote taak van de overheid: volkshuisvesting organiseren daar waar het nodig is, voor die groepen die niet worden bediend door de huidige planningsmethodieken.

[quote style=”boxed”]Die groepen (laagopgeleide nieuw­komers en economisch marginale bevolkingsgroepen) worden welhaast verdreven naar met name de voormalige wederopbouwwijken, waardoor de segregatie tussen groepen toeneemt[/quote]

Deze gedachte komt overigens terug in het regeerakkoord, waar te lezen is dat: “Woningcorporaties moeten weer dienstbaar worden aan het publiek belang in hun werkgebied. Hun taak brengen we terug tot het bouwen, verhuren en beheren van sociale huurwoningen en het daaraan ondergeschikte direct verbonden maatschappelijke vastgoed.” (Rijksoverheid, 2012).

Cruciale rol

De planoloog kan daarom een cruciale rol in nieuwe ruimtelijke en stedelijke ontwikkelingen spelen, omdat het een professional is die de publieke belangen op de lange termijn waarborgt en verschillende groepen in de stad kan verenigen.Waar anderen meegaan met de hypes die in de huidige transitiefase van de ruimtelijke ordening stevig de kop opsteken, zou de planoloog de rationele partij moeten zijn die nadelige effecten van die hypes kan aanwijzen, onder de aandacht brengt en mede kan oplossen. Daar zit de waarde van de planoloog en zoals Forester (1999) al stelde: “Values run deeper than interests”.

Buunk, W. (2010). Spontane Orde of een Nieuw Jeruzalem. Hogeschool Windesheim, Zwolle.

Buursink, E. (2012). De reëel bestaande en noodzakelijke stad. In: Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen. “Van wie is de stad?” Bekroonde essays.StyleMathôt, Haarlem

Forester, J. (1999). Dealingwithdeepvaluedifferences, in: Susskind, L. &McKearnan, S. &Thomas-Larmer, J. (Eds). The Consensus Building Handbook, pp. 463-493. ThousandOaks, CA: Sage).

Janssen-Jansen, L. (2010). Ontwikkelingsbubbles en planningsdromen. Optimismshouldbe in the nature of planners, butover-optimismis a dead end street. Universiteit van Amsterdam.

Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (2004). Nota Ruimte. Ruimte voor ontwikkeling. Ministerie van Volkshuisvesting, Den Haag.

PBL, UrhahnUrban Design (2012). De Spontane Stad. Uitgeverij PBL, Den Haag

Sager, T. (2009). Planners’ Role: Torn betweenDialogicalIdeals and Neo-liberalRealities. In: European Planning Studies, 17 (1), pp. 65-84.

Spit, T.J.M. & Zoete, P.R. (2009). Ruimtelijke ordening in Nederland. Een wetenschappelijke inleiding in het vakgebied (Geheel herziene editie). Den Haag: Sdu Uitgevers.

 

NU (2012). Grondverliezen gemeente nog hoger, 27 december 2012, te vinden op; http://www.nu.nl/economie/2991514/grondverliezen-gemeente-nog-hoger.html.

Almere Vandaag (2013). Minister Blok: ‘Zelfbouw heeft toekomst’, 19 maart 2013, te vinden op; http://www.almerevandaag.nl/almere/article21321383.ece/Minister-Blok-Zelfbouw-heeft-toekomst.

Parool (2012). Veel nieuwe zelfbouwkavels, 2 juni 2012, te vinden op; http://www.parool.nl/parool/nl/6/WONEN/article/detail/3265024/2012/06/02/Veel-nieuwe-zelfbouwkavels.dhtml.

Rijksoverheid (2012). X. Woningmarkt, 29 oktober 2012,te vinden op; http://www.rijksoverheid.nl/regering/regeerakkoord/woningmarkt.

Leave a Reply