comment 0

Empirie binnen de ruimtelijke ordening; De zoektocht en de kloof tussen wetenschap en praktijk

Het debat over wetenschap en werkelijkheid met betrekking tot de ruimtelijke ordening wordt al jaren gevoerd.  De spanning tussen wetenschap en praktijk zorgt voor veel discussies en heeft geleid tot een specialisatie binnen de Planologie, namelijk Planningtheorie. Planningtheorie brengt ons perspectieven over de dergelijke verdeeldheid binnen de wetenschap en praktijk waardoor de genoemde spanning kan worden overwonnen. Daarbij biedt het ons “frameworks en planningtypologieën” (Krizek et all, 2009).

Planningtypologieën hebben een belangrijke rol gespeeld in het begrijpen van diverse invloeden, ideeën en theorieën binnen de ruimtelijke ordening (Allmendinger, 2002). Het biedt houvast voor wetenschappers maar ook voor de mensen in praktijk (de professionals) om de brug te vormen tussen wetenschap en praktijk (Krizek et all, 2009). Echter, de wetenschappelijke blik op ruimtelijke ordening (Planologie) is in de laatste decennia wel aan verandering onderheven. Over de laatste drie decennia werd de wetenschappelijke blik op  de ruimtelijke ordening gedomineerd door de (post)modernisten, post-structuralisten en de postpositivisten (Allemendinger, 2002). De verschuiving in de sociale wetenschap naar een postpositivistisch perspectief leidt nu tot een overvloed van het aan de kaak stellen van theoretische “frameworks” (Forester, 2004 en Allmendinger, 2002).

Echter, Engelsdorp & Gastelaars (2007) en Forester (2004) stellen dat er nog steeds sprake is van doctrinair denken onder professionals. Als gevolg van het brede draagvlak over de te volgen werkwijze bestaat er verstarring en leidt het tot het onvermogen om goed te reageren op nieuwe ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen. Anderzijds, het verstarrend denken en het onvermogen om goed te reageren op nieuwe inzichten, leidt wel tot een gezamenlijke paradigma en werkwijze. Dit wijst op volwassenheid binnen het vakgebied en kan wel degelijk tot succes leiden. Immers, zo heeft ons Nederlands planningsysteem decennia lang goed gefungeerd. Maar wie heeft er nu gelijk? Is het de wetenschapper die misschien te moeilijk denkt of juist de professional die praktisch handelt?

[quote]Maar wie heeft er nu gelijk? Is het de wetenschapper die misschien te moeilijk denkt of juist de professional die praktisch handelt?[/quote]

Om onder andere tot de waarheid komen en “het gat” tussen praktijk en wetenschap te dichten wordt veel empirisch onderzoek gedaan naar “frameworks” en diverse planningssystemen. Bijvoorbeeld uit opgedane ervaring en/of door vanuit de kennis conclusies trekken. Zo wordt onder andere onderzoek gedaan naar de realiteitswaarde van “collaborative planning” in Noord Ierland (Brand & Graffikin, 2007).  Ondanks het feit dat “collaborative planning” wordt gezien als een open planningsmethode, blijkt deze planningsmethode niet ‘epistemologisch’ waardevrij te zijn.

Dat er verschillende  soorten kennistheorie is blijkt ook uit het artikel van Ananya Roy (2005) waarbij “informaliteit” in steden (niet ingeburgerde bevolking en informele economie in o.a. Favela’s van Rio)  anders worden aangepakt. Dit begint al bij de definitie van “informaliteit”; “some cities of the developed world are invaded by the developing world” versus “Informality can be seen as heroic entrepreneurship”. Het innemen van een epistemologie is dus niet waardevrij, omdat het wordt bepaald door een theoretische overweging of een politieke overtuiging (Buunk, 2010, Willigenburg, 2008).  Zo kritisch de wetenschap kijkt naar de natuur van de wetenschappelijke kennis, zo kritisch moet de planoloog zijn richting empirisch onderzoek binnen de ruimtelijke ordening.

[quote]Zo kritisch de wetenschap kijkt naar de natuur van de wetenschappelijke kennis, zo kritisch moet de planoloog zijn richting empirisch onderzoek binnen de ruimtelijke ordening.[/quote]

Allereerst, de kern van het onderzoek ligt niet alleen bij de statistische analyse. Het verzamelen van data is net zo belangrijk als het evalueren. Zonder grondige analyse is namelijk geen “goed” wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Zorgvuldig redeneren is net zo belangrijk als adequate observatie (Willigenburg, 2008).

Ten tweede,  er kan vanuit verschillende perspectieven onderzoek worden gedaan en vanuit verschillende benaderingen kan de werkelijkheid er anders uitzien. Het hangt dus af van het doel om te bepalen wat de goede manier is om de werkelijkheid te bestuderen. Het is van belang om “ecumencial” te blijven (verschillende manieren om te categoriseren en conceptualiseren van de sociale werkelijkheid moet worden behandeld) (Willigenburg, 2008).  Planologen mogen dan ook voorzichtig zijn met het leggen van claims op empirische resultaten.  Observaties kunnen namelijk niet altijd tot een bevestiging van een claim leiden.  Zo kan er niet van worden uitgegaan dat mensen geen egoïsten zijn, alleen omdat Moeder Theresa heeft bestaan.

[quote]Allereerst, de kern van het onderzoek ligt niet alleen bij de statistische analyse. Het verzamelen van data is net zo belangrijk als het evalueren. Zonder grondige analyse is namelijk geen “goed” wetenschappelijk onderzoek mogelijk. Zorgvuldig redeneren is net zo belangrijk als adequate observatie (Willigenburg, 2008).[/quote]

Of empirische gegevens het nut van een “framework”, theorie en/of planningsysteem kan falsificeren is mijns inziens niet onafhankelijk van de theoretische overtuiging van de auteur. Ook een wetenschapper, auteur en professional heeft last van een “zoeklichttheorie”. Wetenschappelijke maar ook praktijkgerichte overtuigingen bevestigen of falsificeren is lastiger dan het op eerste oog lijkt. Toch zorgt juist het spanningsveld tussen praktijk en wetenschap voor een continue reflectie op de “werkelijkheid”. Daarnaast zorgt het spanningsveld ervoor dat er innovatieve geest binnen het werkveld waait. Wellicht, wie weet, leidt deze innovatieve geest ooit tot de echte werkelijkheid van de wereld.

 

Literatuur

Allmendinger, Philip (2002), Towards a post-positivist typology of planning theory. Planning Theory 1(1), 77-99.

Brand, R. & F. Graffikin (2007), Collaborative Planning in an Uncollaborative World, Planning Theory, 6(3), 282-313.

Buunk, W (2010), Spontane orde of een nieuw Jeruzalem, hoofstuk 3: Waarden in gebiedsontwikkeling; hoofdstuk 4: Plekwaarden en netwerkwaarden pp. 25-50; hoofdstuk 5: besluit. Zwolle; Hogeschool Windesheim (lectorale rede).

Engelsdorp Gastelaars, van R. (2007), De gevaren van doctrinair plannen. Ruimte in debat 2007.  te downloaden op: http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Ruimte_in_debat_200702_kleur.pdf

Faludi, A. (2007) Dynamische planningsdoctrine. Ruimte in debat 2007. te downloaden op: http://www.rivm.nl/bibliotheek/digitaaldepot/Ruimte_in_debat_200702_kleur.pdf

Forrester, John (2004), Reflections on trying to teach planning theory. Planning Theory and Practice 5(2), 242-251.

Krizek, K. A. Forsytth & C. Schively Sloterback (2009)., Is there a Role for Evidence-Based Practice In Urban Planning and Theory?, Planning Theory & Practice, 10(4), 459-478.

Pater, de (2010), Wetenschappelijke vorming; een caleidoscopisch beeld, algemene deel hoorcolleges 2010-2011. Departement Sociale Geografie en Planologie, Faculteit Geowetenschappen, Universiteit Utrecht.

Roy, A. (2005) Urban Informatlity: Towards an Epistemology of Planning. Journal of the American POlanning Association, 71(2) 147-158.

Willigenburg, van T. Introduction to the Philosophy of the Management Sciences. Kant Academy, Utrecht Uitgeverij Boekenplan, Maastricht.


[1] Theorie kan in onderzoek van belang zijn als achterliggend verklaringskader of als “zoeklichttheorie”, waarmee verschijnselen kunnen worden geïnterpreteerd of verklaard.


Filed under: Artikelen

About the Author

Sander van Lent
Posted by

Sander (1986) heeft net zijn Masterthesis voor de studie Planologie aan de Universiteit Utrecht afgerond en is zoekende naar een startersfunctie als consultant of adviseur. Zijn afstudeerscriptie ging over de rol van de provincies bij de ontwikkeling van stationslocaties binnen een corridorverband en de machts- en afhankelijkheidsrelaties die daarbij gemoeid zijn. Meer lezen.

Leave a Reply