comments 4

Dubbelrecensie: Welvaart Zonder Groei – Tim Jackson (2/2)

Welvaart zonder groei van Tim Jackson neemt onze eindige planeet als uitgangspunt. Tegelijkertijd is het boek een soort aanklacht tegen het welvaartsdenken in termen van groei, bruto binnenlands product en economische waarde, omdat ecologische en sociale waarden (positief en negatief) vrijwel worden genegeerd. Zowel Rotmans als Jackson benoemen maatschappelijke verontwaardiging over de huidige tijdsgeest. Rotmans ziet deze verontwaardiging echter van onderop. Jackson wijst echter duidelijk het kapitalistisch/neoliberale systeem/denken aan als schuldige en kijkt daarmee vanuit een hoger abstractieniveau naar het algehele macro economische systeem.

Jackson stelt in zijn boek continu de vraag of ‘het dilemma van de groei’ doorbroken kan worden. Dat dilemma houdt in, dat het ons gevangen houdt tussen het verlangen om de economische stabiliteit te handhaven en de noodzaak om binnen ecologische grenzen te blijven. Het dilemma ontstaat doordat stabiliteit groei nodig schijnt te hebben maar dat de gevolgen voor het milieu gelijk opgaan met economische productie: hoe meer de economie groeit des te groter de gevolgen voor het milieu. Het is daarbij gebleken dat technologische vernieuwingen die ecologische gevolgen (nog) niet kunnen verhinderen. Volgens Jackson zijn er twee wegen om uit het dilemma te kunnen geraken, namelijk de groei duurzaam maken of krimp (‘de-growth’) stabiel te maken. Hij verkent met name de eerste optie.

 

Consumentisme

De gedachte voor het mantra van economische groei komt sterk vanuit de consument zelf. Jackson noemt dit de ‘sociale logica van het consumentisme’. Mensen hechten steeds meer waarde aan materiële en onduurzame goederen, dit geeft men status en een gevoel dat zij bij een groep horen. Vernieuwing versterkt deze dynamiek (denk aan Apple’s iPods en iPhones). Dit consumentisme wordt daarbij gedragen door instituties als de media, bedrijven, maar vooral ook de overheid. Denk bijvoorbeeld aan premier Rutte, die na het sociaal akkoord de burger aanspoorde vooral te gaan consumeren en zo het gewende economische systeem gedreven door groei en consumentisme te herstellen. In hoeverre is de ruimtelijke ordening verweven met deze perverse structuur? Binnensteden zijn in sterke mate vercommercialiseert en stedelijke herontwikkeling gaat onvermijdelijk samen met de ontwikkeling van shoppingmalls, semi-private openbare ruimte en grootschalige detailhandel. Steden voeren een gevecht om de Bijenkorf, Primark, Mediamarkt en de hongerige consument.

In hoeverre is de ruimtelijke ordening verweven met deze perverse structuur?

 

Zelfontplooiing

Jackson geeft aan dat – hoe die nieuwe economie er ook uit komt te zien – koolstofarme economische activiteiten de basis moet vormen, waarbij mensen werken die zinvol bijdragen aan de menselijke samenleving en zichzelf kunnen ontplooien. Interessant is dat hij suggereert dat de zaden voor de nieuwe economie al gezaaid kunnen zijn in lokale of op gemeenschappelijke gebaseerde sociale ondernemingen – dus de ‘beweging van onderop’ van Rotmans. Beide auteurs lijken hier op hetzelfde krachtenveld van onderop te doelen: lokale initiatieven, verenigen in coöperaties, slow food, etc. Jackson noemt dit het ‘alternatief hedonisme’: groepen mensen die strijden tegen het consumentisme en doelbewust hun tijd anders indelen. In de RO is deze trend ook zichtbaar in maatschappelijke groepen die hun invloed op de openbare ruimte en stad terug willen claimen via bijvoorbeeld stadslandbouw. Echter, Jackson geeft aan dat een economie op basis van degelijke immateriële diensten (de ‘Assepoestereconomie’) weliswaar een goede aanzet is voor een grondstofarme samenleving, maar geen hout snijdt omdat het niet in staat is om een altijd groeiende economische productie te genereren.

Net als Rotmans stelt Jackson dat de huidige crisis een perfect moment is om dergelijke ingrijpende veranderingen door te voeren. Gebleken is dat de huidige economie gedreven door schulden en consumentisme zonder ecologische grenzen geen levensvatbaar systeem is. Hij geeft aan dat onze taak is om drie pijlers te reconstrueren, namelijk: de individuele, sociale en de institutionele pijler.

Daarbij is van noodzakelijk belang dat het ‘denken’ over welvaart kantelt en die opnieuw op te bouwen.

Daarbij is van noodzakelijk belang dat het ‘denken’ over welvaart kantelt en die opnieuw op te bouwen. Welvaart gaat dan niet meer hoofdzakelijk over het bezit van steeds maar nieuwe materiële goederen, maar juist het vermogen om deel te nemen aan het leven in de samenleving en je je hierbij kan ontplooien op een minder materialistische wijze. Het vinden en aanreiken van realistische alternatieven is hierbij de uitdaging.

 

Rol ruimtelijke ordening

Interessant is dat de ruimtelijke ordening hierin wellicht een grote rol kan spelen. Publieke instellingen, openbare voorzieningen en publieke ruimten kunnen de verbindende schakel vormen om gedeelde belangen, doelen en gemeenschappelijk burgerschap te cultiveren. Bijvoorbeeld parken, sportfaciliteiten, musea, openbaar vervoer en festivals. Juist de consumptiemaatschappij heeft de gemeenschappelijke waarden uitgehold, waardoor men volgens Jackson zich niet betrokken voelt bij de toekomst. De balans tussen individu en samenleving moet dus hersteld worden en ook hier heeft dus de overheid een belangrijke rol. Op het gebied van duurzaamheid zijn de aanbevelingen van Jackson welhaast dezelfde als die van Rotmans, namelijk: verduurzamen van woningen, herinrichting nutsnetwerk, duurzame energiewinning en dus betere openbare ruimten.

 

Rechtvaardige samenleving

Naast dat Jackson een duurzaam economisch model presenteert, pleit hij tevens voor meer rechtvaardigheid in dit model. Een evenwichtigere verdeling van arbeid (werkgelegenheid en meer flexibiliteit) en inkomen is volgens hem noodzakelijk, omdat de kloof tussen arm en rijk anders steeds blijft groeien en het hebben van werk betekent dat mensen actief zijn in het maatschappelijke leven. Met name de rol van arbeid is belangrijk, omdat nu het najagen van meer arbeidsproductiviteit de economie drijft naar groei, terwijl het systeem eigenlijk zou moeten zijn dat zo veel mogelijk mensen aan het werk zijn en zichzelf ontplooien.

In feite is dit het sociaal-democratische pleidooi voor nivellering. Mede hierdoor kan een meer veerkrachtige economie ontstaan die tegen conjuncturele en structurele schokken kan. Dit betekent tevens dat hier een belangrijke taak voor de overheid ligt, omdat juist de overheid zorg moet dragen voor lange termijn belangen, iets wat Rotmans tevens aangeeft.

De transitie naar een nieuw economisch model is een maatschappelijk vraagstuk (consumentisme), maar ook eentje van politieke agendavorming. Essentieel is dat de ‘ongeletterdheid’ van de politiek en besluitvormers over ecologie hierbij opgelost moet worden. Jackson ziet namelijk dat er maar weinig kennis over ecologie bestaat in de politiek.

Een zwak punt van Welvaart Zonder Groei is dat het vooral een eerste aanzet is – evenals In het oog van de orkaan. Dit geeft Jackson eveneens aan: het blijven gissingen voor een nieuw model. In het maatschappelijke en wetenschappelijke debat moet dit model verder uitkristalliseren. Passages blijven dus relatief vaag en is het boek op momenten sterk normatief.

De transitie naar een nieuw economisch model is een maatschappelijk vraagstuk (consumentisme), maar ook eentje van politieke agendavorming.

Volgens Jackson bestaat dus welvaart zonder groei, maar wel een andere soort welvaart en groei dan die wij gewend zijn. De conclusie van het boek is dat er drie pijlers zijn om naar een nieuw model te transformeren: 1) het vastleggen van de ecologische grenzen; 2) het aanpassen van het economisch model (onder andere met ruimtelijke ordeningsmaatregelen); 3) het wijzigen van de sociale logica over het consumentisme.

 

Conclusie

De kracht van “In het oog van de orkaan” zit in zijn rol als ‘eye-opener’. Het boek laat op sterke wijze de signalen zien waaruit blijkt dat onze samenleving in rap tempo een omslag meemaakt. Het gegeven dat we in een transitieperiode zitten is na het lezen nauwelijks nog te ontkennen. Juist de transitie van maatschappij, economie, politiek en ons sociale systeem is zo belangrijk voor de ruimtelijk professional. Onherroepelijk heeft deze transitie een wisselwerking met het gebruik en de ontwikkeling van de ruimte.

Echter, het boek focust zich vooral op de transitie en de aanwijzingen die nu zichtbaar zijn, zoals de beschrijving van de ‘golf’ van initiatieven van onderop. Een vooruitblik op een nieuw paradigma en een nieuwe organisatie van de maatschappij, samen met de nieuwe rol van bestaande instituties is beperkt aanwezig.

Het is belangrijk om, voorbij de ‘transitieperikelen’ van de dag, te debatteren over de normen en waarden ná het kantelpunt van de transitie. Juist “Welvaart Zonder Groei” van Tim Jackson biedt hier een interessant perspectief. Jackson geeft overtuigend aan waarom het huidige economische systeem met haar onderliggende principes in feite onmogelijk is geworden. Een nieuw economisch model gebaseerd op de eindige planeet en een meer rechtvaardige samenleving is een welhaast absolute noodzaak – met alle gevolgen voor de ruimtelijke ordening van dien.

De politiek en de overheid heeft hierbij een centrale rol door te zorgen voor een nieuwe visie op de economie en het land, een meer rechtvaardige verdeling van arbeid en kapitaal en door te investeren in publieke ruimten, openbaar vervoer en energiereductie. Samen met de maatschappij die zich ontwikkeld door het creëren van bijvoorbeeld gemeenschappen en bedrijven die energieneutraal produceren kan er een daadwerkelijk nieuw systeem ontstaan wat binnen ecologische en sociale grenzen blijft.

Interessante vraagstelling voor de planoloog is de visie van Welvaart Zonder Groei op de tekortkomingen van het Bruto Binnenlands Product als maatstaf voor welvaart. Binnen het huidige economische systeem – waarvan het BBP een belangrijke indicator is – kennen we aan alles een economische waarde toe. We houden ook rekening met de veroudering: het is normaal om af te schrijven op bijvoorbeeld auto’s en andere luxe consumentengoederen. Met onze natuurlijke hulpbronnen – waarvan de fysieke ruimte er eentje is – ligt dat anders. We benaderen ze wel vanuit hetzelfde economische model en gebruiken (/misbruiken) en masse de economische potentie van onze hulpbronnen maar we  ‘vergeten’ om er ook op af te schrijven en te reserveren voor de toekomst. Kijk dus verder dan de grondexploitatie en denk na over de effecten van nieuwbouw op de lange termijn.

Beide boeken zijn absolute must-reads voor de planoloog. Ontkennen dat we ons in een tijdperk van transitie bevinden is niet langer mogelijk.

Beide boeken zijn absolute must-reads voor de planoloog (eigenlijk voor iedereen!). Ontkennen dat we ons in een tijdperk van transitie bevinden is niet langer mogelijk. De ‘beweging van onderop’ laat zich steeds sterker gelden. Een stad creëren waarin ruimte is voor de zelfontplooiing van iedereen binnen ecologische grenzen moet de missie van iedere planoloog zijn. Laten we stoppen met het exploiteren van de stad en beginnen met het duurzaam en rechtvaardig groeien van diezelfde stad!

Deze dubbelrecensie heeft dubbele auteurs: Martijn Tabak Roy Slegtenhorst.

4 Comments

  1. Pingback: Waanzin van de lijstjes | NEW PLANNING COLLECTIVENEW PLANNING COLLECTIVE |

  2. Pingback: Is couchsurfen het nieuwe wonen? | New Planning CollectiveNew Planning Collective |

  3. Pingback: Tafelkleed als masterplan – Curious City

  4. Pingback: Een tafelkleed als masterplan | New Planning Collective

Leave a Reply