comment 0

Vakgebied in de uitverkoop?

De planoloog heeft steeds minder grip op de ruimtelijke ordening. De invloed van andere sectoren en disciplines op de ruimtelijke ontwikkeling neemt in rap tempo toe. Integraal denken lijkt in sommige dossiers volledig afwezig en het onderscheid in sector en facet is actueler dan ooit.  Staat de ruimtelijke ordening tussen de ramsj?

Ruimtelijke vraagstukken lijken in toenemende mate verkokerd te worden aangepakt. De invloed van economen en accountants op politieke beslissingen neemt toe. Ruimtelijke subdisciplines als water, milieu, duurzaamheid en openbare ruimte meer hun territorium af. In het streven naar integraal werken worden allerlei bestuurlijke programma’s, platformen en organisaties opgetuigd. Ondertussen worden vooral de eigen vakgebieden centraal gesteld en komen besluiten en acties vooral uit een gefragmenteerde en korte termijn blik (Soeterbroek, 2012). Tot slot staat de mondige burger op en organiseert zich in coöperaties en collectieven die allerlei ruimtelijke initiatieven ontplooien.
Welke bijdrage levert de planoloog nog?

Neem de leegstand van kantoren en detailhandel als voorbeeld. Van alle kantoorruimte staat ruim 16% leeg (’historisch hoog’) en de leegstand in de detailhandel is toegenomen met 20%. Niet alleen een probleem voor de eigenaar (belegger of ontwikkelaar) van zo’n pand maar voor de hele samenleving. De casus van SNS Property Investment kan het niet beter illustreren. Terwijl de leegstandsproblematiek duidelijk maatschappelijk verweven is, wordt het probleem vooral eenzijdig aangepakt. Bij de gemeenten beheerst de jaarrekening/accountantscontrole de aanpak, waardoor zelfs met de grote leegstandcijfers gemeenten nieuwe winkel- en kantoorparken plannen aan de randen van de stad. Alleen maar om de grondexploitatie dicht te rekenen. Of, als die grondexploitatie toch niet meer te redden is, lopende projecten stil leggen. Op rijksniveau hebben we een convenant van de vastgoedreuzen, waarbij de achterban van de betrokken partijen de afspraken vrijwel negeert en niet serieus neemt. Op nog maar weinig plekken is men op het idee gekomen om het probleem integraal te benaderen en vraag, aanbod en verwachting te matchen met een langetermijnvisie op de ruimtelijke ontwikkeling.

Hetzelfde bij burgerinitiatieven en ontwikkelingen van collectieven. Begrijp me niet verkeerd, participatie van onderop en zelfsturing moet altijd aangemoedigd worden. Probleem is dat er overmatig wordt gefocust op de korte termijn resultaten (namelijk het feitelijk stimuleren van participatie en het vullen van lege gebouwen) en de vraag wat zo’n initiatief nu daadwerkelijk bijdraagt niet wordt gesteld. Weer een voorbeeld van drie actuele trends in het vakgebied: stadslandbouw, pop-up stores en particulier opdrachtgeverschap. Allemaal ‘oplossingen’ die vooral gericht zijn op de korte termijn, voornamelijk kleinschalige effecten hebben en objectgericht zijn. Ook allemaal onderwerpen met de aandacht van scheepsladingen adviseurs en consultants waardoor de balans tussen (maatschappelijk) investering en opbrengst zoek is. Stadslandbouw claimt een oplossing te zijn voor leegstand en tegelijkertijd het bewustzijn over voedselproductie te vergroten, maar is grotendeels een ‘hobbymatige niche’. Initiatieven rond stadslandbouw zijn prima, maar de discussie en beeldvorming is verkeerd en niet op het juiste schaalniveau.

Positieve uitzonderingen daargelaten lijkt het vakgebied van de ruimtelijke ordening stukje bij beetje te worden opgedeeld en verkocht aan de hoogste bieder. Fundamentele discussies worden meer gestuurd door vakspecialisten dan dat er een integraal toekomstperspectief wordt geschetst. En dat is vreemd, vooral in een tijd van transitie. Onze economische, sociale, culturele en politieke systemen zijn in beweging en veranderen radicaal maar 95% van de discussie gaat over middelen en niet over doelen.

De huidige tijd vraagt om een integrale benadering waarin de veranderende samenleving, krimpende groei en groeiende krimp, steeds sterkere segregatie, economische crisis en huidige ruimtelijke conditie worden ‘gematcht’ tot een duurzaam en in context passend ruimtelijk profiel voor de toekomst. Alle afzonderlijke acties lijken echter alleen maar tot zwakkere resultaten te leiden. Is er dan een fundamenteel gebrek aan leiderschap of zit het vakgebied vastgeroest in oude paradigma’s? Wie pakt de handschoen op en plaatst onze ruimtelijke ontwikkeling weer daar waar het hoort: tussen de bestsellers?

Bronnen:

F. Soeterbroek, 2012. De sturing van de stad. Serie essays (‘Toekomst van de stad’) voor de RLI.

Foto: Pagedooley (Flickr)

Leave a Reply