comments 5

Zelforganisatie: ‘Je kan je zelf ook tè serieus nemen!’

Waar in Nederland sterk sprake was van een ‘gecontroleerd kapitalistische markteconomie’ wordt de laatste decennia steeds meer ingezet op een ‘liberale kapitalistische markteconomie’. Hierbij zet de Nederlandse politiek en overheid zich steeds maar af van de functies die horen bij het uitvoeren van een verzorgingsstaat. Enerzijds wordt deze trend ingezet door de noodzakelijke bezuinigingen die de Nederlandse staat moet doorvoeren om onder de Europese begrotingstekort van 3% te blijven en anderzijds door de veranderingen vanuit de maatschappij die voortkomen uit het collectivistisch kapitalisme. Deze laatste ontwikkeling is deels ontstaan door de economische welvaart die Nederland in de jaren 90 en begin 21 eeuw heeft gekend. De burger kreeg steeds meer de mogelijkheid om virtueel (internet) en in het echt te reizen. Afstanden zijn tegenwoordig gemakkelijk te overbruggen, nieuwe netwerken worden via het internet gevormd en nieuwe culturen ontstaan.

Een cultuur die de laatste vijf jaar steeds meer aanzien kent is ‘zelforganisatie’. Zelforganisatie en cocreatie zijn begrippen geworden die niet meer uit ons dagelijks leven zijn weg te denken. De klant/afnemer moet centraal staan bij het afnemen van een dienst of product. Ruimtelijke Initiatieven moeten vanuit onderop ontwikkeld worden en sturing vanuit de overheid vindt alleen plaats door middel van een financiële bijdrage of het bewaken van het grotere geheel. Moeten wij deze cultuur en ontwikkeling echt zo heilig verklaren of is ‘zelforganisatie’ eigenlijk niet meer en minder dan een nieuwere vorm van participatie waarin burgers, zich via het opzetten van een stichting/verenging of andere instantie, meer macht proberen af te dwingen bij professionele organisaties?

De afgelopen twee maanden ben ik in aanraking gekomen met diverse initiatieven binnen de ruimtelijke ordening vanuit de ‘bottom-up’. Initiatieven die ontstonden vanuit de burgers en waarbij de thema’s ‘zelforganisatie’ en ‘cocreatie’ zorgvuldig aan bod kwamen. Echter, er ontstaat bij mij een unheimlich gevoel als ik met deze mensen in gesprek ga. Vaak zijn het mensen die hun weg goed weten te vinden binnen de digitale wereld, een groot netwerk hebben, houden van cultuur, sociaal mondig zijn, in zekere mate een positieve afkeer hebben tegen de landelijke politiek en barsten van energie. Geen ‘jasje dasje’ en zo min mogelijk zakelijke trekjes. Echter, het zakelijke is juist belangrijk wil je continuïteit waarborgen en een goede gesprekspartner zijn voor professionele instanties. Die zakelijke insteek ontbreekt echter bij dit soort organisaties, waardoor zelforganisatie helaas – voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland – nog steeds in de kinderschoenen staat.

[quote]Geen ‘jasje dasje’ en zo min mogelijk zakelijke trekjes. Echter, het zakelijke is juist belangrijk wil je continuïteit waarborgen en een goede gesprekspartner zijn voor professionele instanties.[/quote]

Het lijkt erop dat het ‘zelforganisatie’ wordt gekenmerkt door organisaties met een maatschappelijk idealistisch beeld. Het holisme en positivisme lijkt het vaak gewonnen te hebben van het realisme en eindigt vaak in naïviteit. Het opzetten van een organisaties wordt meestal op basis van een houtje touwtje methode in elkaar gezet. Middels kleine initiatieven probeert men een beweging in gang te zetten wat vervolgens moet leiden tot een verandering van de buurt of directe omgeving. Echter, helaas schiet het haar doel veelvuldig voorbij. Vaak blijft het bij het organiseren van leuke borrels en als de initiatiefnemers verhuizen of afhaken valt de organisatie, als een soldaat getroffen door een kogel, in elkaar.

Twee Utrechtse initiatieven wil ik hierbij als voorbeeld noemen. Allereerst ‘De daktuin Utrecht’, een initiatief op ‘De Uithof’ in Utrecht. De daktuin Utrecht is een moestuin en dakterras in één op de parkeergarage naast de Universiteitsbibliotheek op de Uithof. Centraal staan de thema’s innovatie en duurzaamheid. Het heeft als doel de Uithof meer tot leven te brengen, voor alle gebruikers (studenten, ondernemers, werkgevers en bewoners) en moet de ruimtelijke en sociale ontwikkeling van de Uithof stimuleren. Een ander initiatief in Utrecht is ‘Meer Merwede’. Op de website van Meer Merwede staat; ‘Meer Merwede is stapsgewijze gebiedstransformatie. Als onafhankelijke spil verbindt Meer Merwede eigenaren, ontwikkelaars, bewoners, lokale organisaties en gemeente/overheden aan elkaar. Leren kennen = leren vertrouwen. In verschillende bijeenkomsten ontwikkelen we een gezamenlijke gebiedsvisie en bekijken we hoe we obstakels kunnen verhelpen en kansen kunnen benutten’. Beide zijn leuke initiatieven te noemen, maar de vraag is of het organiseren van bijeenkomsten en het verbinden van mensen vanuit de ‘netwerkgedachte’ zal leiden tot ware transities in de ruimtelijke omgeving.

Deze twee initiatieven is slechts een zéér beperkte selectie van het aantal burgerinitiatieven dat in Nederland bestaat. Veelal worden de pleidooien gehouden waarin de crisis als momentum wordt aangegrepen om burgerinitiatieven tot stand te brengen. Het pleidooi wordt kracht bijgezet door het mantra van het kabinet Rutte II ‘meer eigen verantwoordelijkheid en doen wat je zelf kan doen!’ De burger is het nieuwe marktdenken en de ordening van de openbare ruimte lijkt overbodig te zijn. Toch zou ik enkele argumenten willen inbrengen waarom ‘zelforganisatie’ zichzelf te serieus neemt.

[quote]Gebiedsontwikkeling op basis van zelforganisatie zal er voor zorgen dat de samenleving ongelijk verdeeld wordt en er steeds meer ‘gated communities’ ontstaan, waar met name de elite zich zal thuisvoelen. [/quote]

Ten eerste lijken professionals overbodig te worden verklaard. Echter, er is nog niet voldoende empirisch bewijs dat aantoont dat zelforganisatie daadwerkelijk heeft geleid tot transities in de ruimtelijke omgeving. Ja, het heeft misschien wel geleid tot meer sociale cohesie en voor- tegenstand van ruimtelijke initiatieven, maar burgers hebben toch echt de overheid en private ondernemingen nodig om hun ambities te bewerkstelligen. Het is nog steeds – en blijf wellicht – een utopie dat iedereen samen optrekt en voor nop gebieden gaat ontwikkelen. De hulp van professionals is dan ook nodig op het gebied van financiering en om institutioneel een verandering in de ruimtelijke omgeving te kunnen bewerkstelligen. Bestuurlijk draagvlak is nodig en ook een partij om te financieren. Een professional is nodig voor de verbinding met overheid en private partij. Het organiseren van netwerkborrels en het samenbrengen van mensen is een leuk begin, maar toch ook zijn er ondernemingen met geld en kennis nodig die het verhaal willen ondersteunen (Bradley & Katz, 2013). Het is te mooi om waar te zijn dat die organisaties voor niks werken.

Ten tweede leidt zelforganisatie alleen maar tot meer onrust binnen de samenleving. Gebiedsontwikkeling op basis van zelforganisatie zal er voor zorgen dat de samenleving ongelijk verdeeld wordt en er steeds meer ‘gated communities’ ontstaan, waar met name de elite zich zal thuisvoelen. Als de overheid de ontwikkeling van voorzieningen overlaat aan burgers dan zullen mensen met een hoge opleiding, sterke netwerken met de overheid en een goed salaris een betere toegang hebben tot die voorzieningen. Mensen zonder kapitaal kunnen dat niet en raken verder achterop (Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, 2012). De mensen die het wel voor elkaar krijgen sluiten zich af van de rest van de samenleving, ontrekken gebieden van de stad en zo ontstaan er ‘gated communities’. Maar daardoor ook meer verschillen tussen burgers. Is het gerechtvaardigd dat zelforganisatie bijdraagt aan het toenemende verschillen en polarisatie? En als dat niet zo is, wie gaat er dan de belangen bewaken van groepen die zichzelf minder goed kunnen organiseren?

Ten derde, wordt zelforganisatie echt georganiseerd door burgers zonder een professionele blik op de ruimtelijke ordening? Kijkt men iets dieper in de vijver, dan zie je al snel dat ook de onderkant van de vijver van zelforganisatie vertroebeld is door het marktdenken. Om terug te grijpen naar het voorbeeld van ‘Meer Merwede’ en ‘De daktuin Utrecht’, dan blijken de voorvechters van de initiatieven zelfstandige ondernemers te zijn in de richting van ruimtelijke ordening. Je zou je dan ook af kunnen vragen in hoeverre hier nu echt sprake is van zelforganisatie en de initiatieven niet worden gebruikt als marketing om nieuwe opdrachten binnen te halen. Zelforganisatie lijkt dan ook misschien wel meer vervlochten te zijn met marktwerking dan wordt beweerd. Is zelforganisatie inderdaad van de samenleving of juist van een handjevol hoger opgeleiden die toch al ‘in het wereldje’ zitten?

[quote]Vanuit mijn optiek is zelforganisatie slechts een paniekreactie op de snelle veranderingen binnen de samenleving en het steeds meer wegvallen van sociale voorzieningen, welke werden gefaciliteerd door de overheid. Deze onzekerheden maken mensen angstig en wanhopig. [/quote]

Ben ik dan helemaal tegen zelforganisatie of tegen meer verantwoordelijkheid? Nee, dat zeker niet! Er zijn best leuke en mooie initiatieven ontstaan, zie onder andere ‘The high line’ en Amstel III van Glamour Manifest! Maar zelforganisatie an sich is niet de oplossing voor het ordenen van de ruimtelijke omgeving. Vanuit mijn optiek is zelforganisatie slechts een paniekreactie op de snelle veranderingen binnen de samenleving en het steeds meer wegvallen van sociale voorzieningen, welke werden gefaciliteerd door de overheid. Deze onzekerheden maken mensen angstig en wanhopig. De wanhoop zorgt ervoor dat we via het organiseren van netwerkborrels en leuke activiteiten weer samenhorigheid creëren. Zo af en toe wordt de samenhorigheid beloond door de aanleg van een nieuwe stadstuin of door een tijdelijke invulling van een leegstand pand. Echter, het neerzetten van nieuwbouw of een echte transitie bewerkstelligen in de buurt is onhaalbaar. Zelforganisatie kan wat mij betreft dan ook worden gezien als een leuke nieuwe trend, maar is in feite niets meer en minder dan een nieuwe vorm van participatie.

Heeft ‘zelforganisatie’ dan helemaal geen nut? Jawel, het kan voor een andere bewustzijn zorgen bij overheden en ontwikkelaars. Zij dienen meer vraaggericht te denken dan aanbodgericht, zelforganisatie kan daarbij een handje helpen. Echter, als overheden en projectontwikkelaars weten hoe dat balletje rolt, dan kan zelforganisatie worden weggeschreven onder de noemer van ‘participatie’. Maar dan wel als participatie van mensen die zichzelf te serieus hebben genomen.

Literatuur
Bradley, J. & B. Katz (2013). The Post-Hero Economy; te raadplegen op: http://nextcity.org/forefront/view/the-post-hero-economy.

Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (2012) Essay; Toekomst van de Stad. Den Haag.

Filed under: Artikelen

About the Author

Sander van Lent
Posted by

Sander (1986) heeft net zijn Masterthesis voor de studie Planologie aan de Universiteit Utrecht afgerond en is zoekende naar een startersfunctie als consultant of adviseur. Zijn afstudeerscriptie ging over de rol van de provincies bij de ontwikkeling van stationslocaties binnen een corridorverband en de machts- en afhankelijkheidsrelaties die daarbij gemoeid zijn. Meer lezen.

5 Comments

  1. jeroen niemans

    Je kan je afvragen of de twee voorbeelden die worden aangehaald wel echt goede voorbeelden van zelforganisatie zijn. Mede daarom ben ik nogal in verwarring gebracht door dit artikel. Het eerste deel kan ik nog volgen en zelfs onderschrijven: laten we van zelforganisatie niet verwachten dat we daar de crisis mee gaan oplossen. Maar daarna komen 3 argumenten die ik niet echt meer kan volgen. Ten eerste het argument dat professionals overbodig worden verklaard. Daar ben ik het helemaal mee oneens, het vraagt juist om vakmanschap en goede professionals om deze trend meer te laten worden dan die leuke borrels en een buurttuin op z’n tijd. Die potentie is er namelijk. Het tweede argument over onrust in de samenleving begrijp ik ook niet helemaal. Ja, ook Justus Uitermarkt wijst er op dat er een tweedeling kan ontstaan en dat zelforganisatie niet voor iedereen is weggelegd. Maar onrust? Moet ik dan denken aan bewoners die in opstand komen tegen een buurttuin?. En het derde argument lijkt te ontkennen dat de wereld echt aan het veranderen is. Overal om me heen zetten mensen zich in voor het verbeteren van hun leefomgeving, of ze nu ruimtelijke achtergrond hebben of niet. Ik zie dat onderscheid niet zo, en dat is volgens mij juist positief. En aansluitend op die argumentatie, waarom is glamourmanifest dan wel een goed voorbeeld, en wat en ontbreekt er aan Meermerwede? Want dat zijn volgens mij twee op dezelfde leest geschoeide initiatieven. Volgens mij ontstaat er namelijk een nieuw soort ontwikkelaars, en dat zijn juist die mensen zoals Saskia en Emilie. Ik schreef erover op de site van Meermerwede: http://vliegerprojecten.nl/wordpress/2012/12/wie-heeft-het-geheim-van-de-smid/
    Kortom, ja, goed om kritisch te zijn, maar laten we de potentie inzien en het vooral niet nu alweer afbranden.

    • Sander van Lent
      Sander van Lent

      Dank voor je antwoord!

      Ik heb de twee voorbeelden aangehaald omdat ik duidelijk wil laten zien dat zelforganisatie binnen de ruimtelijke ordening vaak niet verder komt dan enkel het organiseren en samenbrengen van mensen en daarmee aan het doel wordt voorbij gegaan van zelforganisatie.

      Met ontrust moet je in dit geval niet denken dat bewoners in opstand komen tegen buurttuinen, maar dat er door zelforganisatie juist groepen ontstaan die in zekere mate gebieden onttrekken van de stad. Je moet hierbij denken dat je gemeenschappen krijgt waar personen -die zich niet kunnen conformeren aan dezelfde identiteit als de groep- zich niet welkom voelen en de afstand tussen groepen/mensen steeds groter wordt. Hierdoor kan er polarisatie ontstaan omdat een gedeelte van de maatschappij zich niet welkom voelt door een bepaalde groepering met als gevolg tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen, onveilige steden en een onrustige maatschappij.

      Meer Merwede is een leuk initiatief maar zal m.i. er niet voor zorgen dat er écht een transitie binnen het gebied plaatsvindt. Daar heeft het op dit moment te weinig slagkracht voor. Het opzetten van een echte gebiedsvisie met financiële doorberekeningen en scenarioplanning zou een stuk helpen om het initiatief echt van de grond te krijgen. Wat ik in mijn stuk al aangaf; ‘Ik ben niet tegen zelforganisatie’, maar het mag wel professioneler worden opgezet. Om het stuk positief af te willen sluiten zou ik wel willen pleiten om een normatieve instantie (keurmerk) op te richten waar zelforganiserende instanties met een zekere mate van professionaliteit en kwaliteit zich kunnen aansluiten en erkenning kunnen krijgen vanuit de overheid als een ‘echte’ stakeholder. Daarmee terugkomend op het glamourmanifest:’zij hebben goede professionele instanties achter zich staan en zij hebben gedegen onderzoek gedaan naar de situatie en mogelijkheden van het gebied (wel met behulp van een subsidie van het Fonds BKVB)’. Ik denk echter dat zelforganisatie echt een trend is van deze tijd en als er weer een stabielere economische en maatschappelijke situatie is deze trend zal wegebben. Uiteraard erken ik dat we binnen de ruimtelijke ordening op een kantelpunt staan, maar waar dat toe zal leiden…? Ik durf het je niet te zeggen, alhoewel ik denk dat zelforganisatie niet het antwoord zal zijn.

  2. jeroen niemans

    Ik zag het artikel ook opduiken op Ruimtevolk, maar reageer hier toch maar even om de discussie helder te houden.
    Ik wil nogmaals benadrukken dat ik ook vind dat we zelforganisatie niet als het ei van Columbus moeten zien. En ja, het zou ook echt de moeite waard zijn om te kijken hoe, door kennisontwikkeling en uitwisseling, de huidige, bestaande initiatieven van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen versterken. Een keurmerk vind ik een heel eng idee (wie moet er dan bepalen wat goed en slecht is, en op basis van welke indicatoren) maar versterken van kansrijke initiatieven zodat ze daadwerkelijk tot bloei kunnen komen door ze te ondersteunen met raad, daad en een ook af en toe een beetje financieel kapitaal, dat lijkt me wel een heel goed idee om deze ‘trend’ volwassen te laten worden.
    Want ik zie deze trend niet wegebben als we in een stabielere economische en maatschappelijke situatie terecht komen. Ten eerste omdat ik er niet in geloof dat er een dergelijke situatie gaat komen die vergelijkbaar zal zijn met de situatie van voor 2008. Dat was een uitzonderlijke periode die nooit meer terug komt. De crisis waait echt niet even over en dan is alles weer ‘normaal’. Maar belangrijker, het zal niet wegebben omdat het in mijn ogen niet primair een reactie is op de ‘crisis’ maar z’n oorsprong vind in de veranderende organisatie van onze samenleving. Door de opkomst van de netwerksamenleving is in verregaande mate de verhouding en de rolverdeling tussen ‘burgers’, ‘professionals’ en ‘overheden’ veranderd. Dat gaat een nieuwe vorm krijgen. Professionals zijn ook burgers tussen 5 en 9 natuurlijk.
    Uiteindelijk worden we volgens mij allemaal gedreven door hetzelfde: de wens om een steentje bij te dragen aan de wereld om je heen. Het past in de huidige tijdsgeest en samenleving om dan niet een actiegroep op te richten en de overheid aan te sporen om actie te ondernemen, maar het zelf te gaan doen. Neem de Rotsoordbrug, volgens mij een cadeautje voor de stad dat er dergelijke initiatieven genomen worden. Even ene gedachte experiment: Wellicht was er vroeger een handtekeningenactie gestart om de gemeente aan te sporen om ‘professionals’ opdracht te geven een participatietraject te starten om te onderzoeken of er op termijn een brug zou kunnen komen. Om er vervolgens na een mislukt participatietraject achter te komen dat dit nu net niet is wat de buurt wil, die dan een handtekeningactie gaat voeren om de brug net 5 meter verderop te krijgen. En dan gaan ze procederen, ellelange discussie in de gemeenteraad etc.
    Zoals de buurt zich nu, aan de hand van enkele betrokkenen uit de buurt die inderdaad van 9 tot 5 ook werkzaam zijn in de ruimtelijke ontwikkeling, opstelt is toch veel leuker? Geeft positieve energie, maakt enthousiasme los dat je daadwerkelijk zelf een rol kan spelen bij de inrichting van je omgeving, en wie weet levert het ook nog eens een mooie brug op waar de buurt trost op is, en zelf eigenaar van voelt. Dus er ook zuiniger op zal zijn. Ik kan het alleen maar toejuichen!
    Een tijdelijke daktuin zal de Uithof niet plots laten bruisen, maar is wel een mooie manier om uit te testen of er behoefte is aan een dergelijke plek op de Uithof. Wie weet kan het uitgroeien tot iets groters en structurelers. Hetzelfde geld voor Meermerwede. Nu nog een klein zaadje, dat de potentie heeft om echt te gaan bloeien. Sommige dingen zullen een stille dood sterven, maar dat is voor een heleboel ideeën vanuit ontwikkelaars en gemeenten ook. Het positieve aan zelforganisatie is in mijn ogen dat het uitgangspunt is dat er betrokken en gedreven mensen aan de basis staan die er hun schouders onder willen zetten. Vaak ook nog eens vrijwillig. Dat soort mensen moet je volgens mij als stad omarmen, en aanmoedigen en waar nodig een steuntje in de rug geven. Maar pas op om het te gaan overnemen als overheid of marktpartij, want dan weet je in ieder geval dat de kans groot is dat het dood zal slaan.
    En als we dan toch nadenken over waar we naartoe moeten met een ruimtelijke ordening in transitie, ben ik van mening dat het stomste wat we kunnen doen deze beweging niet serieus nemen en afdoen als een pauzenummer in afwachten op tijden dat ‘we’ als ‘professionals’ het zelf allemaal beter kunnen doen.

  3. Sebastiaan van Kooij

    Je kunt het inderdaad té serieus nemen. Maar ik zou het niet wegschrijven als ‘gewoon een nieuwe vorm van participatie’. Dát is precies de manier van denken die niet meer past: “Wij als overheid en ontwikkelaars weten wel wat goed voor u is. Als we u nodig hebben (voor draagvlak of feedback) dan vragen wij het u wel.” Dit kun je geen participatie noemen, dat is consultatie en risico-management. Dat zelforganisatie meer ruimte krijgt / mensen die ruimte nemen hangt ook samen met een andere belangrijke ontwikkeling: grootschalig en planmatig ontwikkelen is te risicovol, terwijl de marges op vastgoedontwikkeling verkleind zijn. Er is een noodzaak ontstaan tot kleinschaliger ontwikkelen en de mogelijkheid om dat intensiever met individuen te doen. Dat individuen daarmee ondernemender worden, is juist een professionele ontwikkeling en past bij de terugtrekkende overheid. Kortom: ik zie perspectief!

  4. Ik denk niet dat de zelf organiseerders zich zelf te serieus nemen. Wel zou ik wil waarschuwen dat de professionals er niet serieus genoeg mee omgaan.
    Ik ben het met Sander eens dat zelf organisatie dikwijls ook iets kan zijn voor een selecte groep. Waar vroeger de zwijgende meerderheid voor was, heeft de groep zelf organiseerders al iets op touw gezet voordat de tegenstanders er iets van heeft kunnen zeggen.
    Natuurlijk zijn veel initiatieven goed voor de sociale cohesie en brengen ze een gebied tot leven dat eerst doods bij lag. Gevaar bij zelf organisatie is dat het niet met duurzame oplossingen gebeurt. Tijdelijke initiatieven die het niet halen laten een verdere verrommeling achter. Zie het als ‘Slingers gebruiken om je huis op te leuken in plaats gewoon even de boel te verven. De eerste week is het super leuk, maar na een maandje hangt het zooitje er verlept bij en wordt je er triest van.” We kunnen niet zomaar in onze publieke ruimte elke losse flodder toestaan. Gemeenten kunnen wat dat betreft de zelf organiseerder niet serieus genoeg behandelen.
    Het tweede is misschien al vaak bediscussieerd, maar hoort ook thuis in deze discussie. Zelf organiserend betekent ook zelf (overwogen) risico’s nemen, zelf verantwoordelijk zijn over de financiën en investeringen. Alleen dan is echt duidelijk of er voldoende draagvlak is voor een initiatief. Het steunen van zelf organisatie middels subsidies verstoord die beweging en leidt tot verdere uitsluiting van groepen. Het geld kan dan terecht komen bij het zelfinitiatief dat het beste de routes naar subsidie kent of naar het onderwerp dat het meest salonfahig is. Het verkeerde voorbeeld geeft de gemeente Rotterdam, waarop basis van een stemming met een opkomst van 40.000 personen 2,5 miljoen wordt gegund aan een stadsinitiatief. Bovendien laakt men daar ook om aan punt 1 te voldoen een; goede toetsing aan geldende kaders.
    Zelf organisatie is misschien de nieuwe term. Uiteindelijk draait het om ondernemerschap en dat moet je alleen maar willen toejuichen. Mits het speelveld voor alle ondernemers gelijkwaardig is; dezelfde kaders en geen subsidiering.

Leave a Reply