comment 0

Recensie: De stad is van iedereen

De stad is van iedereen is een boek van iedereen. Voor zijn betoog haalt Den Boer argumenten en stellingen uit een reeks van interviews met vakgenoten. Over waarom de moderne stad er zo uitziet, wie daar invloed op heeft en of we met z’n allen eigenlijk wel blij zijn met het resultaat. Met tot slot een pleidooi voor cocreatie.

de_stad_is_van_iedereen_v_lrIedereen is van de stad is een beter passende titel voor de eerste hoofdstukken. De verregaande invloed van het modernisme heeft een nadrukkelijke stempel op onze architectuur gedrukt. Als erfenis van de CIAM-idealen en het gedachtegoed van Le Corbusier. De moderne stad wordt gekenmerkt door strakke architectuur, monofunctionaliteit en een sterk functionalistische zonering. Modern is jarenlang het uitgangspunt geweest voor het vormgeven van gebouwen en gebieden; zie bijvoorbeeld Hoog Catharijne. Volgens Den Boer hebben vooral instituten als welstand, het architectuuronderwijs (Delft) en de stimuleringsfondsen, maar ook de grote architecten als Koolhaas bijgedragen aan de modernistische focus. Tegelijkertijd plaatst hij een ‘wake-up-call’ voor vernieuwde aandacht voor traditionalisme. Niet langer ‘tabula-rasa’ ontwerpen maar weer aandacht voor de context en het verleden van de plek. Geen strak functionalistische architectuur gedreven door economisch functionalisme maar daadwerkelijk aandacht voor vraaggerichte architectuur. Het boek is een essay, zoektocht en dagboek ineen. Vanuit discussies en gesprekken met vakgenoten, reflectie uit eigen carrière en voorbeelden zet Den Boer een betoog op over schoonheid en de vraag waar de stedenbouw door gedreven wordt. De stad is geen speelveld van een handjevol architecten maar moet de wensen van zijn bewoners weerspiegelen. En ook is de stad geen sociaalmaatschappelijk experiment waarin maakbaarheidsprincipes leiden tot een betere omgeving: waarom leunt de stedebouw dan zo sterk op die principes?

Helaas maakt Den Boer niet alle claims van de beschrijving in zijn boek waar. Het soms wat ondoorzichtige betoog richt zich vooral op de vakgebieden stedebouw en architectuur. Argumenten uit de hoek van de ruimtelijke ordening, milieu, bestuurskunde of van meer sociale kant worden niet meegenomen in de discussie wie invloed heeft op de ordening van de stad. De sterke bouwkundige focus maakt het voor de wat minder geschoolde lezer lastig om de verhaallijn vast te houden. De stijl is ook niet het ‘vocabulaire van iedereen’: af en toe druipt het cynisme van de pagina’s af. Het kost dan moeite om het boek niet dicht te slaan. “Dit boek kiest geen partij voor modernisme of traditionalisme” aldus de achterzijde. Aan de binnenzijde zijn er echter maar weinig complimenten weggelegd voor het modernisme. Ook is het niet te bepalen of aangevoerde bronnen (voornamelijk architecten) een evenwichtige afspiegeling vormen; de geïnterviewde ontwerpers lijken een traditionele voorkeur te kennen.

Een stad van iedereen; het boek doet je beseffen hoe weinig de discussie over de schoonheid van onze leefomgeving gevoerd wordt. Het betrekken van ‘iedereen’ in de vormgeving van onze steden is een actueel vraagstuk (zie discussies over collectief opdrachtgeverschap, zelforganisatie, participatie en cocreatie). De discussie gaat op dit moment vooral over het ‘hoe’ en het ‘wie’ als we spreken van de zelforganiserende en consumentgerichte stad. Enige aandacht voor het ‘wat’ -zou ook best mogen; in participatieprocessen kun je immers niet wonen. Het boek is een interessant startpunt om hier eens verder na te denken; over smaak, schoonheid en voor wie we eigenlijk ontwerpen. Geen boek om voor om te fietsen, wel eentje die onderscheidend is van de overige vakliteratuur. En absoluut nuttig voor degene wil lezen over vraaggericht bouwen en cocreatie maar niet de zoveelste procesbeschrijving van een voorbeeldcasus wil.

Hartelijk dank voor Uitgeverij Elikser die een recensie exemplaar beschikbaar stelden. Drs. ir. Jan den Boer (1960) studeerde stedenbouwkunde en filosofie en is Postural Integration-therapeut. Hij werkt als projectmanager bij de gemeente Utrecht en geeft trainingen, lezingen en (gast)colleges. Hij publiceerde zes boeken (waaronder Passie voor de stad, 2006) en meer dan 250 artikelen. Den Boer kreeg een eervolle vermelding voor zijn essay met de vraag ‘van wie is de stad?’, geschreven voor de prijsvraag 2012 van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in samenwerking met NRC Handelsblad (link).

photo credit: Paco CT via photopin cc

Leave a Reply