comment 0

Wonen is geen enkelvoud

De lezer met de taalknobbel zal direct de grammaticale fout in de titel herkennen. Toch wil ik betogen dat we het fenomeen ‘wonen’ te lang als een enkelvoudig iets hebben beschouwd. Huisvesting is een concept dat niet is geëvolueerd ondanks alle maatschappelijke, sociale, demografische en economische veranderingen. Laat een kind een huis tekenen; vrijwel gegarandeerd is het een vrijstaande woning met een hellend dak. Past het rudimentair idee over wonen nog binnen onze gedifferentieerde en vluchtige maatschappij?

Toch gaat het niet om het stedenbouwkundig ter discussie stellen van het concept van een huis. Die tekening van een kind is nog steeds een prima visualisatie. Niet de vorm, wel de functie is veranderd. Afgelopen decennia is de arbeidsparticipatie toegenomen, werken man én vrouw, en is de wijze waarop we arbeid verrichten op z’n kop gezet. We zijn mobieler geworden, veronderstellen dat we slimmer zijn (ons kennisniveau en de participatiegraad in onderwijs zijn toegenomen). Ons leven is ook een stuk vluchtiger geworden in relaties, sociale contacten en carrière. De grenzen vervagen tussen werk, privé en sociaal; en we starten op onze 30e nog net zo makkelijk met een nieuwe studie. We leven in maatschappelijke en ruimtelijke ‘state of flux‘.

Past het rudimentair idee over wonen nog binnen onze gedifferentieerde en vluchtige maatschappij?

De bewoner is ook flink veranderd. Eenoudergezinnen, ‘expats’, Hotel Mama; het zijn termen die vijftig jaar geleden de uitzondering vormden. Gezinsverbanden zijn totaal anders, net als tijdsbestedingen. En verbonden als we zijn reikt de wereld tot in de huiskamer. Ons idee van een woning is nodig steeds vrij traditioneel. Het bezitten van een woning was lange tijd een belangrijke indicator voor welvaart en een vehikel om vermogen op te bouwen. Hoe anders woont het moderne gezin (niet noodzakelijk aan elkaar verwant) dan het traditionele rolmodel van werkende man, huisvrouw en kinderen die rond het huis zijn? Was de woning vroeger een uitvalsbasis, of wellicht de thuisplaat, nu ligt dat anders. Onze woningen hebben veel meer het karakter van een pitstop.

We moeten het traditioneel idee over wonen loslaten. Stoppen met denken over het fenomeen wonen als een statisch en passief iets. Een woning is geen ding, maar faciliteert een doelgroep en een levensstijl. Toch staan advertenties voor kopen en huren vooral vol met fysieke kenmerken: vierkante meters, aantallen slaapkamers, tuin. In beperkte mate wordt er ook wel ligging aan toegevoegd. Wonen moeten we echter relationeel benaderen, een stedelijke functie die wijzigt naar plaats, tijd en persoon. Het fysieke deel van de woning is slechts een schil.

De bewoner is ook flink veranderd. Eenoudergezinnen, ‘expats’, Hotel Mama; het zijn termen die vijftig jaar geleden de uitzondering vormden.

Wonen als een sociale constructie is een van de basisbegrippen binnen ons begrip van ruimtelijke inrichting. Toch is het nuttig om af te vragen of we de basisbegrippen wel voldoende kritisch benaderen. Enkele jaren geleden was het gebruik van woonstijlen hip. Dat is echter een te platte vertaling van het standpunt hier te maken. Wonen wordt ondanks de meervoudsvorm nog altijd snel als een enkelvoudig element gezien. Het is gemakkelijk om over wonen te denken in ‘bestemmingsplan-rood’. De verleiding is iets vaker te denken in vijftig tinten rood..

Foto

Leave a Reply