comment 0

Stopplaatsen; voorbeeld van ruimtelijke armoede

Ooit kritisch de inrichting van een parkeerplaats langs de snelweg bekeken? De inrichting is vrijwel overal hetzelfde. De afrit en entree van de parkeerplaats vormen een redelijk goed onderhouden plaatje; die plaats wordt immers ingenomen door een tankstation voor de verkoop van brandstoffen en bijbehorende shop. In die eerste meters valt nog geld te verdienen en wordt de inrichting gereguleerd naar de reclameeisen van Shell, BP en co. Maar bekijk eens de achterzijde van een tankstation: vrijwel altijd een lelijk vierkante doos, met de nodige containers voor afvalverzameling en een dak volgeplant met airco’s. Geen geld mee te verdienen: dus geen noodzaak voor fatsoenlijke inrichting of onderhoud.

Nochtans, in een land met ruimtelijke inrichting als volwaardige bedrijfstak is de inrichting van de stopplaatsen langs de snelweg pure ruimtelijke armoede.

Daarna begint de parkeerplaats. Mij lijkt  dat het belangrijkste motief om op een parkeerplaats langs de Nederlandse snelwegen te verblijven pure noodzaak is. Ik kan me niet voorstellen dat iemand voor zijn genoegen daar gaat zitten. De inrichting ontbreekt iedere ambitie en heeft een minimum aan meubilair (prullenbakken, bankjes); over het algemeen allemaal te smerig om te gebruiken.  Behalve parkeerplaatsen en tankstations zijn de stopplaatsen over het algemeen met weinig andere functies uitgerust, enkel af-en-toe wat horeca. De faciliteiten waarvoor de stopplaats bedoeld is (rusten van autorijden) zijn eigenlijk al ondermaats, de mogelijkheid om een parkeerplaats anders te benutten (werken, meetings, etc.) is ver weg. Ruimtelijk gezien is een stopplaats een schrale plek. Een blik over de grenzen laat zien dat het ook anders kan, zoals bijvoorbeeld in Frankrijk.

tankstation

AMSTERDAM – Stopplaatsen langs de snelwegen zijn te vaak ongeschikt om ontspannen te rusten. Een sanitaire stop is de belangrijkste reden om te stoppen langs de snelweg, maar dat valt niet mee bij de zes in Nederland geteste plaatsen.
Nu.nl

Nochtans, in een land met ruimtelijke inrichting als volwaardige bedrijfstak is de inrichting van de stopplaatsen langs de snelweg pure ruimtelijke armoede.

Is dat erg? Wel, op microschaal vormt het een metafoor voor een aantal interessante vaststellingen:
1. Ondernemers (uitbaters, oliemaatschappijen) zijn niet te bewegen tot het doen van investeringen in de omgeving tenzij het geld oplevert. Onrendabele ‘achterkanten’ zullen zij niet uit eigen beweging invullen (maar dat wisten we al);
2. Stopplaatsen laat beleidsfalen en falen van doorwerking op microniveau zien. Op strategisch niveau signaleren we in allerlei beleidsnota’s het belang van de netwerkmaatschappij en worden daar allerlei doelstellingen aan gekoppeld, onder andere om (lijn)infrastructuren te bundelen met verstedelijking. Knooppunten binnen netwerken moeten multifunctioneel worden uitgebouwd. Stopplaatsen vormen kleine knooppunten binnen netwerken, maar in de inrichting is er weinig sprake van meervoudig ruimtegebruik. Hoewel er in het openbaar vervoer veel geld en energie wordt gestoken in multimodale knooppunten (met meer of minder succes..) is dit bij het autoverkeer het tegenovergestelde. De overheersende invloed van de technisch-georienteerde mobiliteitstak (Rijkswaterstaat et al.) is daar mogelijk debet aan.

Moeten we ingrijpen en stopplaatsen zorgvuldiger ontwerpen en bundelen met andere functies? Ik denk dat het verspilde moeite is. De voortgaande innovaties in mobiliteit (elektrisch rijden, werken op afstand, zelfsturende voertuigen) maken zowel tankstations als rustplaatsen overbodig. Er ligt een taak. Ruimtelijke armoede moet je bestrijden. Maar in dit geval is het wellicht beter om het fenomeen gewoon te elimineren.

Leave a Reply