comment 1

Woonhub: menselijke maat terug in nieuwe woonvorm

Het concept ‘wonen’ is decennialang in feite nauwelijks vernieuwd. Er zijn grofweg maar twee smaken bij een woning: huren en kopen. Naast de hypotheek of huur en locatie wordt vooral gelet op fysieke kenmerken als oppervlaktes, het aantal kamers en de afgesloten tuin op het zuiden. De vraag rijst of die eenzijdige visie op wonen nog wel houdbaar is in de toekomst waar grote uitdaging te zien zijn. In dit Woonessay worden talloze trends en ontwikkelingen geanalyseerd die laten zien dat deze visie fundamenteel moet worden veranderd. ‘Wonen’ moet juist worden gezien als een omhulsel van relationele fysieke, sociale en duurzame activiteiten binnen een sterk veranderende leefomgeving.

Wij zien een nieuw woonmodel ontstaan: de Woonhub, waarin de traditionele solo-woning en de buurt mixen. Dit Woonessay beschrijft de wijze waarop dit gerealiseerd kan worden in de bestaande stad en hoe de Woonhub zorgt voor een sociale en duurzame wijk waar men betaalbaar en gelukkig woont. De Woonhub is de inzending van New Planning Collective voor de prijsvraag van corporatie Havensteder over het Wonen van de toekomst.

De (woon)wijk wijzigt radicaal

Gedreven verschillende socio-culturele en economische trends, zoals individualisering, opkomst van de netwerkmaatschappij en de verregaande informatisering hebben onze wijze van wonen en leven sterk veranderd. De scheiding tussen privé, vrije tijd en werk vervaagt steeds meer. Levensfasen lopen sterk in elkaar over: terwijl we nog studeren zijn we net zo makkelijk fulltime ondernemer. Een toenemende groep is maatschappelijk betrokken bij allerlei initiatieven, wat leidt tot een continue wisselwerking tussen ons publiek handelen (werk, interactie met anderen) en onze privéactiviteiten. ‘Thuis’ is in grote mate footloose geworden. Zolang we maar connected zijn hebben we op iedere plek toegang tot onze vrienden, collega’s, etc.

Niet alleen zijn netwerken belangrijker geworden; de maatschappij vereist ook in toenemende mate flexibiliteit. Relaties tussen personen zijn vluchtiger en minder structureel geworden. 25 jaar voor dezelfde werkgever werken en 40 jaar getrouwd zijn is eerder uitzondering dan regel. In toenemende mate wordt flexibiliteit verwacht en benut. De maatschappij wordt gevormd door continue van samenstelling wisselende netwerken en een continue stroom van geplande en toevallige ontmoetingen. Dat vraagt mobiliteit en flexibiliteit. Gevolg van deze ontwikkeling is dat een vaste thuisbasis aan belang inboet.

Door de maatschappelijke trends wijzigt de rol van een wijk als ruimtelijk georganiseerd model radicaal. Allereerst heeft de woning een andere rol gekregen. Onze private footprint (ruimte binnen een woning die we puur voor onze private tijdsbesteding benutten) is kleiner geworden omdat we ons meer (in kwantiteit) maar ook langer (in tijdsbesteding) in interactie met anderen bevinden. Het traditionele model dat we ons na de werkdag terugtrekken in de woning is achterhaald. Die woning wordt ook niet langer benut door het traditionele gezin: huishoudens worden toenemend in andere samenstellingen gevormd (eenpersoonshuishouden, met huisgenoten, samengestelde gezinnen, meer-generatie-gezin, etc.). De functies die de woning vroeger vervulde worden in toenemende mate opgevangen op andere plaatsen zoals het café, de coffeecorner op de hoek, de bibliotheek, bedrijfsverzamelgebouwen, etc. Daarmee is de behoefte aan een private footprint een stuk kleiner geworden. Dat impliceert dat we in een woning vrij veel ruimte kunnen besparen door de gemene deler te delen ofwel andere plaatsen te gebruiken. Dat leidt ertoe dat we het traditionele model van een woning moeten loslaten en een herijking van ‘de woning’ noodzakelijk is.

De maatschappelijke behoefte van connectedness, flexibiliteit en mobiliteit heeft nog een tweede, fundamenteel gevolg voor steden en wijken. Het model van een wijk die we tot nu toe kennen is ontworpen met het faciliteren van eigendom, privéruimte (private footprint) en de auto als uitgangspunt. Het realiseren van een eigen woning (al dan niet via een woningcorporatie) heeft veelal ‘meer inhoud is beter’ als uitgangspunt. De ruimte hebben we zoveel mogelijk opgedeeld: in woningen en in afgesloten tuinen. Onze wijken zijn relatief uitgestrekt en monofunctioneel om de groeiende private footprint te faciliteren in eigendommen.

Eigendom is echter verdwenen als doorslaggevende factor in keuze van woning of locatie. Binnen de trends van flexibilisering, toegenomen mobiliteit en connectedness zal de vraag naar woningen inhoudelijk veranderen. Interacties en netwerken zullen plaatsen vragen om ontmoetingen te faciliteren. De regionalisering en globalisering van onze persoonlijke netwerken en ontmoetingen vraagt om eenvoudige en snelle toegang tot mobiliteit (openbaar vervoer, luchthavens, deelauto, etc.). De toegenomen flexibiliteit van onze persoonlijke rol (als in relatie, levensfase) en functie (werk) zorgt voor snel wisselende huishoudens en vraagt eenvoudig aan te passen woningtypes.

De Woonhub

Het antwoord laat zich raden: een nieuwe visie op woning en wijk is nodig die de voorgaande trends en ontwikkelingen binnen een concept vatten. De basis van deze visie is de Woonhub: dé plek in de wijk waar diensten samenkomen, waar mensen elkaar ontmoeten, waardoor wonen een compleet andere beleving wordt. De Woonhub wordt binnen een woonblok (bestaande bouw of nieuwbouw) geplaatst en gekoppeld aan omringende woningen.

Betaalbare woningen door diensten delen

In de Woonhub komen vaste diensten als telefonie, water en elektriciteit bijeen die daarna wordt gedeeld met de aangesloten buurtbewoners. Auto’s, fietsen, wasmachines, keukens, de zeer dure kinderopvang, duurzame energieopwekking, zelfs huisdieren kunnen worden gedeeld. In principe is welhaast alles mogelijk – als er maar draagvlak bestaat onder de bewoners. Bewoners kunnen hierbij kiezen waaraan zij mee willen doen, waardoor iedere bewoner op hun specifieke eisen en wensen kunnen worden bediend. Daarnaast kunnen er evenementen en kennisavonden worden georganiseerd, wat voorheen door (vaak inmiddels opgeheven) buurtcentra werd gedaan.

In de huidige woningmarkt waar kwalitatief goede betaalbare woningen zeer schaars zijn is dit een uitkomst. Immers, hoe meer diensten worden gedeeld, hoe meer de woning en buurt collectief wordt ingericht, hoe duurzamer de woningen worden, hoe lager de vaste lasten zullen zijn voor de woning.

Daarnaast kunnen mensen kleiner gaan wonen, omdat zij bijvoorbeeld wasmachines en keuken delen. Er is minder ‘verplichte’ ruimte nodig om in te wonen, waardoor woningen kleiner gemaakt kunnen worden zonder dat het woninggevoel wordt aangetast – men leeft immers vooral in de huis- en slaapkamer. Ook dit zorgt voor een meer betaalbare woning.

Bovendien kan er daadwerkelijk worden gedeeld zonder dat er een platform tussenzit als derde partij die geld int voor de transactie tussen twee delende partijen. Airbnb en Uber vragen bijvoorbeeld een percentage van de transactie. In de Woonhub zijn geen transactiekosten: de gedeelde diensten tussen personen kan weliswaar door middel van de hub plaatsvinden, maar hier worden geen kosten veel gerekend. Een lokale deeleconomie kan worden gecreëerd.

‘Plug and play’ wonen

Omdat alle mogelijke deelbare diensten samenkomen op een plek maakt de Woonhub mogelijk dat woningen in de kern enorm flexibel worden. En dat terwijl de standaardwoning zoals eerder beschreven decennialang juist zeer inflexibel is gebleven, terwijl bewoners momenteel steeds meer flexibiliteit willen. De woning die aangesloten is op de hub wordt splitsbaar omdat de traditionele diensten (wassen, koken, vervoer) niet meer in de woning zelf hoeven; men kan zelf hun woning indelen door middel van flexibele wanden en zelf weten voor hoeveel personen de woning wordt bedoeld. Het stuklopen van een relatie, overlijden van de partner, het krijgen van kinderen; men hoeft niet meer gedwongen het huis uit omdat het te krap is of niet meer betaalbaar. De flexibiliteit van de woning biedt ruimte om persoonlijke ontwikkelingen te absorberen en die aan te passen aan de benodigde ruimte – ruimtelijk en financieel. Het wordt dus ook gemakkelijker om een begane grond om te zetten naar bijvoorbeeld een winkel: je ‘mist niets’ want het wordt aangeboden binnen de hub. Een bestemmingsplan wordt daarom een achterhaald concept; de wijk wordt intrinsiek organisch.

Als gevolg van die flexibiliteit ontstaat er een soort ‘plug and play’ wonen. Men kan hun woning in feite ‘pluggen’ aan de Woonhub en hun gedeelde diensten eruit halen. Door de geboden flexibiliteit kan men ervoor kiezen welke dienst op welk moment men uit de Woonhub wil halen en hoe en wanneer men deze dienst wil gebruiken.

Domotica; intelligent wonen

Huisvesting en woonfunctie worden als het ware losgekoppeld. De ‘schil’ als huis kan daarmee ook veel verder worden doorontwikkeld: met slimme domotica (huisautomatisering) oplossingen en toepassingen voor de woning kan dat nog veel flexibeler worden. De razendsnelle ontwikkelingen in techniek en smartphone bieden grote kansen voor een slimmer gebruik van de woning, die momenteel door marktpartijen nog onvoldoende worden benut.

Denk bijvoorbeeld aan het bedienen van alle apparaten in huis door middel van de smartphone of tablet, stofzuigende robots, het openen van de voordeur op afstand om monteurs binnen te laten of een scherm dat laat zien wie er voor de deur staat. Zeker voor senioren die mensen liever niet zomaar naar binnen willen laten, is dit een uitkomst. Bovendien kunnen zij langer thuis blijven wonen, omdat het bedienen van apparaten binnen de woning veel makkelijker zal worden. Daarnaast bestaan er systemen die ‘reageren’ op veranderende omstandigheden in de woning. Het schakelt bijvoorbeeld apparaten uit als niemand in de woning is, zet muziek zachter als er wordt gebeld, etc., de woning wordt daardoor veel intelligenter.

Een voorbeeld is Nest van Google, een slimme thermostaat en rookmelder. Het herkent patronen van de bewoners en zet zelf de verwarming aan om de woning alvast warm te krijgen voor wanneer men thuiskomt. Naast de integratie van techniek binnen de woning is er tevens een dienstverlenende functie naar de buitenwereld. Te denken valt aan een makkelijkere bediening met sociale media en contact met vrienden, familie en buurtbewoners. Ten slotte kan ook steeds makkelijker groente gekweekt worden in kleine kasjes binnen de woning. De Woonhub kan ook dat deelbaar laten worden, door een gemeenschappelijk slimme kas met hoge efficiëntie aan te bieden.

Een belangrijke ontwikkeling binnen dit decennium die van invloed is op de leefomgeving in het algemeen, is de 3D-printer. Door de komst van de 3D-printer gaat er in feite een nieuwe wereld open: mensen kunnen zelf een productieproces opstarten, hoeven niet per se naar een winkel en er kan zelfs voedsel worden geprint. Door een grotere 3D-printer te delen in de Woonhub kan daardoor de community nog meer zelfvoorzienend worden.

Diverse groep gebruikers

Binnen de Woonhub kan daardoor een enorme diversiteit aan woningen ontstaan: van koopwoning tot huurwoning, van eengezinswoning naar studentenhuis, van young professionals tot senioren. In principe is alles denkbaar, omdat de hub voor de gemeenschappelijke diensten zorgt, zodat bijvoorbeeld senioren hun benodigde zorg krijgen. Bewoners hoeven zich niet meer druk te maken over hun telefonie- en internetaansluiting en specialistische diensten. Alles wordt geregeld door de Woonhub.

Daarnaast kan tevens worden besloten om een woonblok inclusief Woonhub te realiseren voor specifieke gebruikers. Bijvoorbeeld voor eengezinshuishoudens die weinig ruimte nodig hebben en zeer bereidwillig staan tegenover het delen van diensten. Voor de ‘moderne nomaden’ die een actief sociaal leven hebben en weinig thuis zijn, maar wel graag met mensen in contact staan of voor een groep senioren, die langer zelfstandig willen wonen (en gedwongen worden vanuit overheidsbeleid). Zorg wordt collectief ingekocht – elk met specifieke eisen en wensen van de bewoners – en is dus goedkoper dan wanneer senioren dat zelfstandig moeten doen.

Sociaal en duurzaam

Zoals beschreven wil de nieuwe stedeling rustig en veilig wonen met de reuring van de stad om de hoek. Doordat de Woonhub het gemeenschapsgevoel versterkt, ontstaat er veiligheid, sociale controle en rust. Juist deze karakteristieken missen bijvoorbeeld mensen die vanuit de provincie naar de stad trekken en senioren die alleen leven. Hier ligt een grote vraag die vrijwel niet vanuit traditionele partijen wordt geboden.
Door de Woonhub ontmoeten bewoners elkaar. Bewoners die jarenlang hun buurman niet eens ontmoet hebben worden door de Woonhub gestimuleerd om juist die ontmoeting aan te gaan. Het gemeenschapsgevoel, de sociale cohesie en veiligheid in de buurt wordt versterkt. Door een online community op te richten via site en app komen bewoners snel met elkaar in contact voor bijvoorbeeld vragen, het laatste nieuws, opkomende evenementen en het reserveren van de gedeelde auto.

Het leveren van diensten via de Woonhub stimuleert bovendien verduurzaming. Met name op het gebied van energie zijn er grote kansen tot collectieve inkoop van energie, verduurzamen van de woning en om de energiekosten te beperken tot het niveau van de Woonhub. Daarnaast kan de vrijgekomen ruimte optimaal efficiënt en dus duurzaam worden benut.

Organisatievorm

De organisatievorm die hierbij naadloos past is de coöperatievorm. De toenemende trend naar zelfbouw, CPO (collectief particulier opdrachtgeverschap) en het collectief inkopen van duurzame energie laat zien dat bewoners zeer bewust willen omgaan met hun leefomgeving, kosten willen besparen en er bovendien een stijgende behoefte is van bewoners om inspraak te hebben in hun woon- en leefomgeving.

De Woonhub faciliteert die behoefte door binnen een coöperatievorm bewoners aan zich te binden. Door de horizontale besluitvorming hebben alle leden evenveel zeggenschap, kunnen samen bepalen welke diensten via de Woonhub worden gedeeld en hoe de ruimte van de woningen zo goed mogelijk kan worden ingedeeld. Doordat er een geringe financiële bijdrage wordt verwacht, kan noodzakelijke onderhoud aan de woningen snel worden geregeld.

Evolutie naar wijkhub

De voordelen van de Woonhub zijn onmiskenbaar talrijk. Zoals in het literatuuronderzoek al is beschreven bieden woonconcepten als cohousing en woongroepen die diensten delen en een community creëren, een oplossing voor de hedendaagse problematiek op de woningmarkt. Met name op het gebied van betaalbaarheid, duurzaamheid en sociale cohesie (Gram-Hanssen et al., 2009; Kinenberg, 2012; Shareable, 2013). Zij vertegenwoordigen de ‘necessary shift toward fundamentally rethinking how and where people live, to promote sustainability in the future.’ (Jarvis, 2011). De Woonhub biedt echter nog meer voordelen. Ten eerste is de Woonhub een ingreep in de bestaande (binnen)stad, terwijl de andere woonconcepten vooral nieuwbouwprojecten zijn. Ten tweede impliceert de Woonhub een sterke flexibiliteit, omdat omringende bewoners zelf mogen weten waaraan ze mee willen doen, welke diensten zij willen delen, of zij deelnemen aan de community en in hoeverre zij hun woning flexibel willen indelen. Ten derde kan de Woonhub op langere termijn een zeer belangrijke rol spelen in de transformatie van een wijk. Zoals beschreven zorgt het ervoor dat het traditionele model van een woning losgelaten wordt en flexibel indeelbaar wordt. Daarnaast heeft het tot gevolg dat de inrichting van de publieke en private ruimte van de wijk zoals wij die al decennialang kennen overhoop wordt gehaald.

Vergelijking traditionele woning met woonhub

Vergelijking traditionele woning met woonhub

De vraag rijst waarom woonconcepten als woongroepen, Baugruppen, cohousing en collaborative housing niet een zeer sterke groei heeft doorgemaakt en onder de aandacht is van beleidsmakers als er zoveel voordelen te zien zijn. Een barrière kan zijn dat het daadwerkelijk creëren van een community lastig en tijdrovend is, omdat de verschillende leden overeenstemming moeten vinden en niet iedereen (gedeeltelijk) zijn/haar privacy wil opgeven. Jarvis (2011) ziet een aantal andere oorzaken, ten eerste komen de ideeën van cohousing en woongroepen uit de jaren 70 en zijn daardoor gestigmatiseerd. Hippies, vredevechters en milieuactivisten gingen bijvoorbeeld binnen een community samenwonen (off the grid) en werden niet als hele serieuze bevolkingsgroepen gezien – laat staan met invloed op de stedelijke planning. Daarnaast wordt de oprichting van een opzettelijke gemeenschap gezien als een ander voorbeeld van gentrification.

In realiteit is er echter een renaissance van gemeenschapszin onder mensen te zien die leiden tot innovatieve benaderingen op het gebied van duurzaamheid, voedselproductie, ecologie en low-impact architectuur. Er is dus een paradox te zien: er zijn vele succesvolle voorbeelden van dergelijke woonconcepten te zien en een diep verlangen naar een betekenisvolle wederkerigheid tussen mensen en de leefomgeving, maar het mainstream debat binnen de planning en besluitvorming biedt hierop vrijwel geen visie. Met de Woonhub willen wij onder andere die paradox doorbreken en het debat aanslingeren door in de praktijk te laten zien hoe het anders kan.

Concept

Conceptueel model evolutie woonhub naar wijkhub

Als steeds meer bewoners zich aansluiten bij de Woonhub is de laatste fase aangebroken: de evolutie naar een Wijkhub. De Woonhub is een intrinsiek organisch concept: het beweegt mee met de eisen en wensen van de bewoner en evolueert als die behoeften teveel worden voor een enkele Woonhub. Maar de Woonhub zorgt tevens voor evolutie op woningniveau: de installatie van een hub heeft als gevolg dat bewoners kunnen terugvallen op de hub en niet alle voorzieningen zelf hoeven te houden. Private keukens kunnen langzaam verdwijnen, net als auto’s. De woningen worden zoals beschreven steeds eenvoudiger en efficiënter deelbaar, maar met meer woongeluk.

Van Woonhub naar ‘Human City’

De Woon/Wijkhub heeft een tweetal effecten die radicale gevolgen hebben voor de traditionele kijk op de bewoner, woning en stad. Ten eerste impliceert het dat de woning zoals we die kennen (‘het dak boven ons hoofd’) puur een schil wordt die flexibel kan worden ingevuld en in de tijd kan veranderen. Functies kunnen daarom ook snel veranderen; het bestemmingsplan wordt daarmee een achterhaald concept, zodat op kleinschalige wijze functiemenging kan ontstaan. De woning wordt in de kern flexibel, waardoor mensen kleiner en vooral betaalbaar kunnen gaan wonen. De trek naar de stad zorgt voor druk op de woningmarkt, waardoor kwaliteitsvolle woningen voor een steeds kleinere groep mensen bereikbaar zijn en daardoor segregatie kan ontstaan. Mensen met weinig financiële ruimte zijn bijvoorbeeld aangewezen op een woning in minder veilige wijken of huisvesting door leegstandsbeheerders, waarbij huurders niet beschermd zijn door het huurrecht – met alle gevolgen van dien. De Woonhub kan onder andere dat gat in de markt bedienen.

Ten tweede kan de inrichting van de wijk radicaal worden veranderd door de komst van een Woon/Wijkhub. Als steeds meer diensten van de wijk naar de Woon/Wijkhub worden overgeplaatst biedt het steeds meer ruimte voor een ander gebruik van de ruimte. Met name wanneer steeds meer auto’s worden gedeeld heeft dat grote invloed op omringende stadsstraten. Immers, meer gedeelde auto’s betekent minder auto’s op de weg en in de parkeerplaatsen. Daardoor kan de vraag gesteld worden: zijn sommige stadsstraten met al die ongebruikte parkeerplekken wel nodig? Kan die openbare ruimte niet veel beter worden benut, die bewoners gelukkiger maakt en die de wijk kwalitatief verbeterd?

Kortom, stadsstraten die door de komst van een Woon/Wijkhub rustiger en leger zijn geworden kunnen opgeheven worden en in feite terug aan de bewoners worden gegeven. De stad die in de voorgaande decennia vanuit een modernistische gedachte ingericht is om de auto zo goed mogelijk te faciliteren (de ‘Car City’) wordt een ‘Human City’, een ‘walkable’ city. Een plek waar bewoners rustig, veilig, gelukkig, betaalbaar, duurzaam en sociaal wonen. Waar kinderen kunnen spelen en alle basisbehoeften op wandel- en fietsafstand is. Drukke stadsstraten zullen uiteraard blijven bestaan, maar de steeds minder gebruikte straten die de drukke straten verbinden kunnen getransformeerd worden naar groene ruimtes met functies voor de bewoners als moes- en speeltuinen, etc. De straten samen kunnen een groene slinger door de stad worden, een ‘Low Line’ in plaats van de ‘High Line’ in New York (een oude metroverbinding getransformeerd naar een stadspark). De (binnen)stad kan eindelijk een plek worden die primair ingericht is voor haar bewoners, voor hun zelfontplooiing en hun geluk.

In die zin lijkt het alsof we met de Woonhub teruggaan naar vroeger, toen mensen in kleine huizen woonden en wel naar buiten moesten omdat de woonomstandigheden zeer slecht waren. Bovendien waren auto’s toen niet zo sterk aanwezig in het straatbeeld als tegenwoordig. Het wijkgevoel, de sociale cohesie en controle was toen echter veel sterker dan nu, iets wat door mensen (vooral senioren) zeer wordt gemist. Door de komst van de Woonhub komen in feite die waarden van vroeger weer terug, maar met een essentieel verschil: nu woont men in kwalitatief goede panden die volledig aangepast kan worden op ieders eisen en wensen. Met stedelijke voorzieningen op loop- en fietsafstand, publieke ruimten in plaats van stadsstraten en alles binnen een sterke community waar allerlei diensten worden gedeeld.

De ‘Human City’ in optima forma.

De Woonhub: menselijk maat terug in nieuwe woonvorm.
Auteurs: S. Van Lent, R. Slegtenhorst, M. Tabak; 2014.

Publicatie/essay downloaden

Noot: deze publicatie is een eerste schets van het concept ‘Woonhub’. Het concept is nadrukkelijk nog in ontwikkeling en het onderwerp van vervolgpublicaties.

1 Comment so far

  1. Arne

    Heel gaaf artikel! Het sluit goed aan bij hoe ikzelf, en veel vrienden van mij, denken over de ideale woonvorm. Maar het is erg lastig voor ons (binnen 5 jaar na afstuderen, iedereen is net aan het werk, evt. samenwonend) om een plek/manier te vinden om zo’n woonhub of gemeenschap te vormen.

    Wat ik me afvraag: zijn er, dat jullie weten, concrete voorbeelden van plekken in Nederland waar mensen bezig zijn met het realiseren van dit soort hubs? Misschien in de vorm van een community met tiny houses, of in de vorm van het cooperatief verbouwen van oude kantoren of leegstaande panden? Alle tips zijn welkom!

    Groetjes,
    Arne

Leave a Reply