comment 0

Een tafelkleed als masterplan

Recent mocht ik meewerken aan een uniek experiment, gebaseerd op de methodiek van ‘Appreciative inquiry’ (waarderend onderzoek of waarderend leren). Dit is een aanpak gericht op veranderings- en verbeterprocessen in organisaties. Concreet komt het er op neer om -letterlijk- alle deelnemers rond de tafel te zetten en hen verhalen te laten vertellen. Verhalen vertellen is misschien wat zwak uitgedrukt: iedereen wordt uitgenodigd om te dromen over hun ideale organisatie. Alle deelnemers krijgen drie vragen voorgelegd: vertel waar je trots op bent en wat je niet zou willen veranderen (maar juist met andere zou willen delen)? De tweede vraag is een prikkel om te dromen: wat zou je verbeterd willen zien over 5 jaar? De derde vraag is of ze zich willen engageren om die droom werkelijkheid te laten worden. Ik had de eer om mee te mogen werken aan dit experiment en werkelijk onze stoutste dromen werden overtroffen, voor zowel de aantallen betrokken collega’s als de geweldige verhalen en dromen die gedeeld werden.

Dromen

Waarderend leren is een filosofie geïntroduceerd door David Cooperider.  De aanpak is gebaseerd op verandering vanuit storytelling. In feite wordt er gezocht naar de succesverhalen en dromen van een organisatie. Het woord organisatie moet hier niet klassiek worden opgevat als een geheel: die organisatie is juist heel divers en draait om de verhalen van individuen. Het vertrekpunt zijn de verhalen over de sterke kanten van de organisatie. Van daaruit wordt samen een toekomstperspectief “bedroomd”. Die droom mag niet verward worden met een doel of mission statement, het gaat om beelden en idealen die door de groep worden benoemd in het specifieke gesprek dat bezig. De aanpak verondersteld de performantie van een organisatie te verbeteren door te luisteren naar de persoonlijke wensen, zodanig dat iedere medewerker met plezier zijn of haar job doet. In feite is het doel om iedereen zichzelf te kunnen laten ontplooien en de eigen talenten op een eigen manier vorm te geven.

Het laatste decennium is onze samenleving sterk veranderd door de invloed van allerlei trends en ontwikkelingen. Dit heeft als weerslag dat er geen ‘algemeen geldend’ wereldbeeld of paradigma meer is dat alle neuzen in dezelfde richting plaatst. Dat heeft ook zijn invloed op de ruimtelijke ontwikkeling: er is geen overheersende visie waarop het systeem kan worden toegesneden. Enkele trends die een grote invloed hebben zijn de individualisering, globalisering, “adhd-maatschappij“, en het einde van (de veronderstelde) oneindige groei als motor van de welvaart. Al deze veranderingen dragen bij aan een diffuser wereldbeeld waarin er niet langer een dominant paradigma een antwoord kan geven.

Zelfontplooiing als pijler

Ons denken moet veranderen en we moeten op zoek naar nieuwe perspectieven waarbinnen we het handelen kunnen kaderen. We zullen een alternatief moeten vinden voor de roofbouw van onze natuurlijke hulpbronnen en beseffen dat meer groei en meer consumptie niet automatisch leidt tot meer welvaart. Dat er binnen onze maatschappij meer interactie is dan de likes van Facebook. Ik ben er van overtuigd dat we de mogelijkheid tot zelfontplooiing boven economische welvaart moeten stellen. Het concept van zelfontplooiing kan ook als ruimtelijk principe een beter werkend model bieden. De technocratische reactieve inslag werkt niet meer. We gaan naar een model moeten dat volgens mij gebaseerd is op twee pijlers:

  1. Beschermen wat absoluut en onveranderlijk van waarde is. Culturele en historische elementen in onze gebouwde omgeving, waardevolle landschappen, belangrijke verbindingen moeten we vastleggen en sterker beschermen dan we nu doen.
  2. We moeten flexibeler en sneller kunnen omgaan met de inrichting en functie van de gebouwde omgeving: de wijze waarop we die vormgeven moeten we niet vastleggen met een bestemmingsplan of blauwdruk op einddatum maar zien als een dynamisch gegeven. Leidend daarin moet de mogelijkheid tot zelfontplooiing van de gebruiker zijn.

Ik zie waarderend onderzoek als een geschikt instrument voor urban design in de huidige tijd. De aanpak is tegelijkertijd gericht vanuit de gebruiker, inclusief (iedereen kan aan tafel betrokken worden, zowel gebruiker als overheid), flexibel en autonoom. Ik stel me zo voor dat we stoppen met het maken van mastervisies en bestemmingsplannen. In plaats daarvan nodigen we alle gebruikers van een bepaald gebied uit aan tafel. Die uitnodiging kan vertrekken vanuit de overheid maar die rol kan net zo goed door iemand anders opgepakt worden. In de vorige alinea noemde ik twee uitgangspunten van de toekomstige planologie: wat is er sterk en moeten we absoluut bewaren; en op welke wijze moeten we de ruimte vormgeven om onszelf te kunnen ontplooien?

Vier stappen in waarderend onderzoek:

  1. Verwonderen (of “waarderen & ontdekken”): wat is er sterk, wanneer zijn we op ons best?
  2. Verbeelden/dromen: wat zou er kunnen zijn?
  3. Vormgeven/design: hoe zou het er uit kunnen zien?
  4. Verwezenlijken & waarmaken, uitwerken, aanpakken, etc
Waarderingsplanologie

Waarderend onderzoek geeft handvatten voor een alternatieve aanpak in gebiedsontwikkeling. Flexibel genoeg om ruimte te bieden aan initiatieven van onderop en om aan te passen aan de ‘snelheid’ van vandaag. Gelijktijdig ook ruimte voor het interactief afwegen van belangen en het bepalen van de waarden die het individuele overstijgen. Waarderend onderzoek steunt op de pijler van het onderzoeken van gemeenschappelijke doelen en het waarderen van positieve kracht.

De aanpak van het ontwikkelen van een plek of een gebied kan in drie stappen gaan. In de eerste stap worden de ideeën uitgewisseld en is er ruimte voor kennismaking met elkaar. Iedereen aan tafel deelt wat voor hem/haar vandaag al belangrijk is op die specifieke plek. In de tweede stap worden dromen uitgewisseld waarmee een gemeenschappelijk toekomstperspectief wordt neergezet. In de daaropvolgende stappen worden initiatieven uitgewisseld en gefilterd, die uiteindelijk kunnen leiden tot het vormen van projectgroepen en het uitvoeren van projecten. Hetzelfde resultaat kun je ook bereiken met het schrijven van mastervisies, gebiedsplannen, bestemmingsplannen en actieplannen – maar met een tafelkleed kan het radicaal anders.

Voor de planoloog / ‘urban professional’ is de rol van tafelcoach weggelegd. Concreet gaat het om het modereren van de discussie, deelnemers te enthousiasmeren, projectgroepen aan te jagen en vooral positief denken aan te moedigen. Als we de vier stappen van waarderend onderzoek doorlopen kunnen we beide vragen beantwoorden en hebben we een ontwikkelingskader. Datgene wat we als sterke verhalen waarderen zijn de elementen die we absoluut moeten beschermen en bewaren. Datgeen waarover dromen is de manier waarop we de ruimte over 5 jaar vormgegeven willen zien. David Cooperrider beschouwd Appreciative Inquiry als de zoektocht naar “what gives live to a system”. Als we onze leefomgeving beschouwen als een systeem moeten we op zoek naar datgene wat het systeem levend maakt.

4 principes van Appreciative inquiry:

  1. Sociaal-constructionistische aanpak: vertrekken vanuit interactie
  2. Poetisch principe: het eindresultaat wordt gaandeweg bepaald en staat vooraf niet vast
  3. Simultaniteit/anticipatorisch: verbeelding en realisatie gaan hand in hand – tegelijk met het bepalen van een toekomstbeeld wordt een appèl gedaan op de deelnemers
  4. Positiviteitsprincipe: vertrekken vanuit ‘sterke verhalen’

 

Geraadpleegde bron:

De kracht van onze mensen, Stad Lommel, 2015.

Leave a Reply