comment 0

Wat is nog van waarde?

Een vraag die al een poosje door mijn hoofd dwaalt: waar hechten wij nog waarde aan? Aanleiding is een VPRO-reportage van 30 maart 2015: The Newsroom – off the records. Deze reportage gaat over de worsteling van een Deense sensatiekrant. De oplages kelderen en de krant kan niet meer mee in de huidige tijd; ze moeten zich aanpassen aan het hogere tempo waarin nieuws wordt geconsumeerd en de vraag van de lezer naar meer, sneller nieuws met steeds meer sensatie. Waar hechten wij nog belang aan in het moordende tempo van de huidige consumptiemaatschappij?

Ekstra Bladet is een Deense krant die de gemiddelde VPRO-Gids-abonnee waarschijnlijk niet met trots onder de arm zou dragen. Op de voorpagina staan provocatieve koppen in schreeuwerige chocoladeletters. Jarenlang was Ekstra Bladet zeer succesvol. In de hoogtijdagen in de late jaren zeventig was de oplage zo’n 250.000. Voor de inkomsten moet de krant het echter nog steeds van de gedrukte versie hebben, en daar gaat het niet goed mee. De oplage keldert al jaren en schommelt momenteel rond de 40.000 stuks.

De documentaire gaat over een krant die vecht voor het voortbestaan. Tekenend vond ik het verhaal over de online krant. De eerste online kranten publiceerden per dag zo’n 250 nieuwe artikelen. Tegenwoordig is het nodig om 1600 nieuwsberichten per dag te produceren om de lezer (of klant) vast te houden. Ik vind dat een goede metafoor voor de wijze waarop de (Westerse?) wereld veranderd is. De maatschappij veel vluchtiger en tempo van consumeren ligt veel hoger. Dat gaat niet alleen om onze honger naar nieuws en sensatie maar kun je toepassen op bijna alles: reizen (met het vliegtuig de hele wereld binnen handbereik, ruimte dichterbij met spaceshuttles, alles al gezien hebben op je 26e), maar ook sociale contacten of je werk. En dan hebben we het nog niet over liken of appen.

Dit creëert een ‘wegwerpmaatschappij’ waarin zaken niet meer gewaardeerd worden. We consumeren  het nieuws op zo’n hoog tempo dat kranten en nieuwssites supersnel moet verversen. We verwachten dat de techniek en infrastructuur zich daarop aanpassen: 24 op 24 en 7 op 7 willen we toegang tot (sociale) media.Dus zetten we de steden vol met 4G-antennes en onze huizen met wifi-modems. We lijken alles sneller te willen consumeren en zijn eerder verveelt en saai. Het hogere tempo en de grotere beschikbaarheid creëert een cultuur van wegwerpen. We gooien het nieuws weg: 250 nieuwe artikelen zijn immers niet voldoende om aan onze behoefte te voldoen. We consumeren onze aarde (oerwoud, palmolie, tinmijnen, plastic-soep in de oceanen) puur maar om telkens iets nieuws te hebben (smartphone, smartwatch) en onze ‘consu-honger’ te stillen. Of gewoon omdat het lekker makkelijk is.

Ik weet niet of dat ook het geval is bij onze steden. Het lijkt alsof de verandering van onze leefomgeving nog niet helemaal mee is in het hoge tempo. Wel heeft de wegwerpmaatschappij duidelijk zijn weerslag op onze fysieke omgeving. De stad is absoluut een facilitator of toegangspunt tot consumptie. We moeten dat aspect dan ook meenemen in de ecologische footprint van de stad. Met het faciliteren van een Primark in de binnenstad zijn Eindhoven en Almere ook verantwoordelijk voor de keten die daarbij hoort: fabrieken in India waar de arbeidsomstandigheden, brandveiligheid en milieuschade in vraag gesteld moeten worden of de productie van katoen waarvan we de duurzaamheid mogen betwijfelen. We kannibaliseren datgene waar we er maar eentje van hebben: onze aarde en de plek waar we wonen. Beseffen we ons nog wel de waarde van schoon grondwater, zuivere lucht en een schone zee?

Begin me nu ernstig af te vragen wat juiste strategie is. Moeten we meer inzetten op een flexibeler ruimtelijke ordening die meebeweegt met de vraag en laatste trend?. Of hebben we de verantwoordelijkheid om juist in te zetten zorgvuldigheid en de kernwaarden van onze leefomgeving te bewaren?

En het gaat niet alleen om de ruimte, maar helpen wij ook niet zo langzamerhand onze sociale samenleving om zeep? Is het een goede ontwikkeling dat we meer tevredenheid lijken te vinden in de nieuwe foto’s op Facebook dan een gesprekje met die persoon? Of een toevallige babbel of glimlach van een onbekende op het station versus verdiept in je smartphone op het perron? Volgens mij heeft dat gesprekje een veel langere houdbaarheidsdatum hoewel ik zelf ook nog geen afscheid heb genomen van Facebook of Twitter..

De taal van het consumentisme lijkt veel op de taal van Babel..

Naschrift: dit artikel werd eerder gepubliceerd op mijn persoonlijke blog maar die heb ik opgeheven. Om het niet verloren te laten gaan krijgt dit artikel hier een plaatsje. Martijn Tabak, mei 2016.
Filed under: Artikelen

About the Author

Martijn Tabak
Posted by

Cities are the continuous result of social processes. I have a passion for the built environment, so I became an urban planner. I work with cities and write about cities. More..

Leave a Reply