comment 0

Take back the city!

Money makes the world go round. Steden en dan vooral het vastgoed in steden zijn geliefde investeringsobjecten. Maar de drang om ruimte te commercialiseren en te beheersen rukt steeds verder op, ook voorbij losse objecten. Het is steeds moeilijker om nog een plekje te vinden dat niet tot doel heeft om geld te verdienen – direct of indirect. Over de ‘ontginning’ (of het uitmelken) van onze publieke ruimte.

Een dagje shoppen is een populair tijdverdrijf. En waar kan dat nu beter dan in een shoppingcenter in de binnenstad? Liefst eentje met een breed aanbod aan winkels en ook nog eens leuk aangekleed – natuursteen, bankjes, een fontein.. Hoog Catharijne, het Stadshart in Almere of Zoetermeer, Alexandrium zijn allemaal fikse publiekstrekkers. Maar er schuilt wel een addertje onder het gras. Die shopping centers zijn prachtig ingericht, hebben alle voorzieningen, goed onderhouden en geliefd bij een breed publiek. Maar ook eigendom van een grote multinational. En tijdens het winkelen bevind men zich op privaat eigendom, onderworpen aan de algemene voorwaarden, opgesteld door juristen van een groot concern en in de gaten gehouden door private beveiligingsfirma’s. Zonder dat we ergens hebben hoeven te tekenen om akkoord te gaan met de algemene voorwaarden.

Hetzelfde fenomeen doet zich voor bij de grotere stations. Gemotiveerd op veiligheidsredenen en om zwartrijden tegen te gaan worden steeds meer stations afgesloten door poortjes. Stations zijn niet langer vrij toegankelijk want een vervoersbewijs is nodig. Daarmee zwaait de NS de scepter en bepaalt zij wie toegang heeft tot vervoer en wie het station als doorgang mag gebruiken. Voor veel binnensteden verdwijnt daarmee de vanzelfsprekenheid om eenvoudig van de ene kant naar de andere kant van het spoor te kunnen verplaatsen.

Ook op kleinere schaal wordt ruimte gecommercialiseerd. Al enige tijd is het gebruikelijk om ‘entree’ te moeten betalen voor de toegang tot de natuur. Een boswandeling wordt daarmee een soort bezoekje aan het dierenpark. Mountainbikers en ruiters bijvoorbeeld, moeten al een vignet kopen in bepaalde bosgebieden. Ook wanneer die in beheer zijn van Staatsbosbeheer of een NGO. Gemeenten verpachten meer en meer hun publieke ruimte. Een recente ‘hype’ is het privatiseren van het onderhoud van rotondes. In ruil voor het plaatsen van reclame wordt het groen op een rotonde dan onderhouden door een lokaal bedrijf, vaak een hovenier die zijn vaardigheden wil tonen. Moeten we écht overal reclame willen maken? En in de gemiddelde binnenstad is het onmogelijk om te verblijven zonder een terrasje op te zoeken – alternatieve verblijfsruimte is quasi-afwezig. Horecaondernemers moeten dan weer voor die terrassen een fikse belasting afdragen.

Bierbrouwer Heineken betaalde €150.000 aan het stadsdeel Zuid voor de herinrichting van het Marie Heinekenplein. Ze krijgt een stervormige fontein met groen uitgelichte stralen daarvoor terug. Wat is het volgende? Mag de hoogste bieder het monument op de Dam vervangen door het logo van een automerk? De vraag is wie de stad nog bestuurd en vanuit welk motief. De invloed van multinationals en grote bedrijven is steeds groter. Die bedrijven handelen vanuit de motieven van hun winstoogmerk om de aandeelhouders tevreden te houden – niet vanuit ons allemaal.

Eindhoven is ook een stad die in rap tempo haar ziel lijkt te verkopen aan de hoogste bieder. Alle ogen zijn gericht op de High Tech Campus met bedrijven als ASML, Philips en NXP als motor van de regio en Nederlands economie. De regio domineert de ranglijst van patentaanvragen en R&D-investeringen volgens de recente Brainport-Monitor. De slimste hectares van Nederland, maar wel voor de ‘happy few’. De High Tech Campus heeft prachtige gebouwen en alle denkbare voorzieningen maar wel weggestopt achter hoge hekken en camera’s. Accepteren we de prijs die daarmee gemoeid gaat? Accepteren we selectieve toegankelijkheid van de stad?

Waar vinden we nog de plekken die regelvrij zijn, waar je kunt verblijven zonder object te zijn van commercieel oogpunt? Ruimte is een hulpbron, geen inkomstenbron. Mogen we alsjeblieft af en toe nog eens een beetje ongehoorzaam zijn en wat lol kunnen trappen als maatschappij, zonder direct algemene voorwaarden te schenden of uitgezet te worden door een private beveiliger?

Ik pleit om een stukje ‘allemansland’ aan de samenleving te geven. Gewoon een stuk grond afbakenen waarover we afspreken dat we dat niet commercialiseren of privatiseren. Met een set basisregels zoals in het Scandinavisch allemansrecht. Dat recht geeft je de mogelijkheid van de natuur (= ruimte) te genieten, ook op privégrond, zolang er geen schade wordt aangericht of hinder richting andere individuen is. Het recht voor iedereen om te genieten van de natuur. Dat recht moeten we ook afdwingen voor onze ruimte. Hoe kan de best mogelijke duurzame benutting van onze ruimte worden gegarandeerd als we een partij met winstoogmerk een onevenredige grote zeggenschap geven? Is vrije zeggenschap en je vrij kunnen bewegen in de publieke ruimte geen universeel basisrecht? Zoals een mens nood heeft aan onderdak, voedsel, onderwijs heeft ieder individu ook fysieke ruimte nodig voor expressie, ontspanning, verblijven of gewoon ‘gekke dingen’. Geef ons  ‘allemansland’.

“the freedom to make and remake our cities and ourselves is … one of the most precious yet most neglected of our human rights”

David Harvey, geciteerd in The Guardian, 2015

Verder lezen kan hier:

photo credit: Meatpacking District – New York via photopin (license)

Leave a Reply